Videoblog: Bretagne en Biskaje

Mijn achterstand in de verwerking van het filmmateriaal is nog steeds groot, maar hier is dan toch de tweede videoblog, over Bretagne en de Golf van Biskaje, o.a. met de eerste dolfijnen van de trip.

Sinds gisteren is Heleen weer aan boord. De komende weken gaan we de Britse Maagdeneilanden verkennen. De volgende blog zal dan ook daarvandaan zijn.

Videoblog: Het Kanaal

Met trots kondig ik aan: mijn eerste videoblog. Wel een beetje laat, 9 maanden na vertrek, maar dat is voor iets wat voor het eerst het levenslicht ziet geen ongewone termijn. Deze lange rijping heeft te maken met het feit dat ik niet over de juiste videobewerkingssoftware beschikte, er onderweg niet makkelijk aan kom komen of dat ik er geen tijd voor had. Dat is opgelost. Ik beschik nu over het mooie gratis programma Shotcut en over tijd. De achterstand is groot, maar hier is hij dan, de video van de eerste week van de reis.
De zomerse muziek is gemaakt door mijn zoon Stefan, in de muziekwereld beter bekend als Sunspot

Rondje om Sint Maarten

Een schitterend klimaat, azuurblauwe zee en heel verschillende eilanden. Dat kenmerkt de zeilcruise die ik van 3 tot 12 april met Wanda heb gemaakt rondom Sint Maarten, via Sint Barth, Sint Eustatius, Saba en Anguilla.
De eerste ankerplek, nog op Sint Maarten, in Orient Bay achter Ile Pilet, had ik al eerder bezocht nadat ik van Saba was teruggekeerd. Een charmant plekje, waar ’s ochtends een hele schare badgasten naar toe wordt gevaren om ’s avonds weer opgehaald te worden. Buiten die tijd hebben de zeiljachten de baai voor zich alleen. Het toerisme heeft hier een nieuw gat in de markt ontdekt: een betaald snorkelparkoers, waarbij je een lijn met drijvers dient te volgen. Dat is uiteraard beneden mijn niveau (ahum) en ik ben de andere kant op gesnorkeld, naar het piepkleine eilandje met de toepasselijke naam Petite Clef. Daar staan de rotsen vol met zachte koralen zoals Zeewaaiers en Stokgorgonen. Die baai blijkt ook een mooi startpunt voor een wandeling door de bergen naar het hoogste punt van Sint Maarten, Pic Paradis (424m), die overigens weinig paradijselijks heeft maar wel om de nodige lichaamsbeweging vraagt. Vanuit deze baai is het een klein sprongetje naar het eiland Tintamarre, waar ik ook al aan een mooring heb gelegen. Bijzonder daar is een gezonken bootje, waar zich veel vis bij ophoudt. Het ligt op 10 m diepte, wat met moeite nog net snorkelbaar is. Ik kwam daar onder water ook dolfijnen tegen, die helaas op doorreis waren.

Een privé eiland, wie heeft er zoiets? Dat weet het niet, maar het was wel onze volgende ankerplek in de mooi besloten baai van het eilandje Ile Fourchue, dat al bij Sint Barth hoort. We waren op zoek naar een mooie snorkelplek, maar eigenlijk valt het snorkelen ook hier tegen. Sint Barth ligt samen met Sint Maarten en Anguilla op een onderzees plateau van slechts enkele tientallen meters diep. Alle baaien hebben daardoor een ondiepe zandbodem, wat het ankeren makkelijk maakt, maar tegelijk zorgt voor minder helder water. Het water is prachtig azuurblauw boven zo’n ondiepe zandbodem. Dat dan weer wel.
Als je van het noorden aan komt varen bij Sint Barth, dan kom je eerst bij de uitnodigende baai Anse du Colombier. Wanneer is een baai uitnodigend hier? Dat is simpel: als hij alleen open is naar het westen, zodat hij beschermt tegen de eeuwige oceaandeining, die meestal uit noordoost tot zuidoost komt. Ook zonder wind kan de deining oplopen tot meer dan twee meter, als gevolg van storm veel noordelijker op de Atlantische Oceaan. In deze goed beschutte baai hebben een rustige nacht achter het anker doorgebracht.
De volgende ochtend moesten we hoog nodig inklaren op Sint Barth en daarvoor moet je naar de hoofdstad Gustavia. Nou ja, stad, stel je een klein badplaatsje voor in zuid Frankrijk en je hebt ongeveer het beeld, inclusief de taal en inclusief een aantal achterlijk grote motorjachten. Stel je de veerboot naar Terschelling voor en je hebt ongeveer het formaat. Het personeel aan boord is de hele dag aan het poetsen, terwijl het vast dacht een leuke maritieme baan te krijgen. De baai bij Gustavia is weer zo’n massale botenhangplek, zoals ook bij Sint Maarten en bij Le Marin op Martinique. De faciliteiten zijn goed en als men dan geen haast heeft (en wie heeft dat hier?) dan blijft men hangen. Wij echter niet; voor ons was Sint Barth de springplank naar Sint Eustatius, slechts zo’n 30 mijl varen.

Sint Eustatius ligt niet op het eerder genoemde plateau van Sint Maarten en Sint Barth, maar het ligt samen met Sint Kitts en Nevis op een ander plateau. Tussen beide plateaus is het water weer meer dan 500 m diep. Saba ligt op weer een ander onderzees plateau, maar van dat plateau is Saba de enige top die boven water uitsteekt. Het is niet alleen dat er diep water ligt tussen Saba en Sint Eustatius, het zijn ook twee verschillende werelden. Saba kende ik al als een eiland rijk aan natuur en met charmante goed verzorgde dorpjes en een Europees aandoende cultuur. Sint Eustatius daarentegen heeft veel meer landbouw en industrie, de bevolking is zwarter en meer in rasta-stijl. Oranjestad -het enige dorp dat we bezocht hebben- is rommelig maar heeft wel karakter met zijn afwisseling van oude koloniale gebouwen en eenvoudige lokale huisjes. Ik zal niet doen of ik er meer over kan vertellen dan deze eerste indruk, want we zijn er maar één nacht gebleven.

De volgende stop was aan een mooring bij Saba. De gestrande Elsa lag er nog steeds, maar nu wel in gezelschap van een ‘surveyor’-bootje, kennelijk in opdracht van de verzekering. Over Saba heb ik in een vorige blog al genoeg verteld, daarom gauw verder met de tocht, terug naar Sint Maarten.
Ditmaal hebben we geankerd aan de Nederlandse kant bij Philipsburg. Ik wilde het graag zien, maar ik hoef er niet naar terug. Het is een boulevard met een lange rij eettentjes met daarachter twee straten met winkels voor “fun shopping”. Laat maar, zeker op zondag als de rolluiken dicht zijn. Dan is Marigot aan de Franse kant een stuk authentieker.

De laatste bestemming op deze trip was het Engelstalige Anguilla. Ik heb dat eiland al vaak in beeld gehad, want het ligt slechts 4 mijl noordelijk van Sint Maarten. Wat me tegengehouden heeft om het eerder te bezoeken, is dat je om op een willekeurige plek te mogen ankeren je een ‘cruising permit’ moet aanschaffen van $50 (US) per dag. Om middernacht begint de volgende dag, zodat je om één nacht te ankeren 100 dollar kwijt bent en dat is te dol. Er is slechts één baai vrijgesteld van dit tarief, de Road Bay aan de achterzijde, oftewel de noordzijde van het eiland. Dat wordt dus de bestemming. Deze Road Bay blijkt een mooie, rustige baai met een prachtig zandstrand. Het is er niet al te druk, want behalve restaurantjes en een kantoortje waar je soepel kunt inklaren zijn er geen faciliteiten. Verder ben ik niet onder de indruk van Anguilla. Het is een laag eiland met overal verspreide villa’s en bungalows. Mooie plekjes om te wonen, dat wel, maar voor mij geen interessante toeristische bestemming.

Nu ben ik al weer een paar dagen terug op Saint Martin in de baai van Marigot en ik heb me daar aangesloten bij de botenhangplek. Ook ik heb tijd over, want ik heb nog een week tot vrijdag Heleen komt. Inmiddels zijn hier meer Nederlandse boten gearriveerd. Vanaf mijn ankerplek zie ik er zo al 5 liggen. Daarbij ook de Winner 11.20 Win2win van Eltjo en Lilian, die me in Nederland al uitgebreid verteld hebben over hun ervaringen op hun eerste rondje Atlantic. Leuk om nu hier samen te liggen.

Ondertussen ben ik me aan het bekwamen in het editen van video’s met het gratis programma Shotcut. Ik ben onder de indruk van de mogelijkheden, maar ik heb nog veel te leren. Toch hoop ik over een paar dagen mijn eerste filmpje(s) online te zetten. Het zal tijd worden!

Video’s van Mike

Opstapper Mike heeft bij de overtocht van de Kaapverdische eilanden naar Suriname en Sint Lucia heel leuke filmpjes gemaakt. Ik heb jullie daar al eerder op gewezen. De originele filmpjes inclusief de verhalen van Mike vind je op mikevangalen.wordpress.com

Maar de video’s zijn ook onderdeel van mijn verhaal. Daarom toon ik ze bij elkaar op deze pagina.

Video 1 – Tarrafal


Video 2 – Mindelo en afduwen


Video 3 – De Overtocht


Naast deze videoverslagen heeft Mike ook 5 korte video’s gemaakt die een onderwerp uitlichten of soms alleen maar grappig zijn.

Shipshots 1

Shipshots 2

Shipshots 3

Shipshots 4

Shipshots 5

Bedankt Mike voor deze geweldige verslaglegging van de oceaanoversteek!

Laatste dagen op Saba, 22-24 maart

De Arcadia moederziel alleen aan de mooring, op de achtergrond de Diamont Rock

Vermoeidheid in combinatie met nonchalance is iets wat je op een zeilboot niet kunt gebruiken, want “assumption is the mother of all fuck up’s”, zoals Heleen pleegt te zeggen. Ik was moe van nachtenlang schommelen achter de mooring op Saba en wilde eindelijk weer eens een nacht doorslapen op een stilliggende boot. Om die reden wilde ik naar de lagune op Sint Maarten en had ik de bootsnelheid afgestemd op de opening van de brug. De hele dag had ik rustig achter het fokje aangesukkeld met maximaal 5 knopen bootsnelheid en ik kwam precies op tijd aan bij de brug naar de lagune en daarachter ging het mis. Uit routine hield ik van zee komend de rode ton aan bakboord, terwijl ik in wat alerter geestesgesteldheid donders goed weet dat ze hier IALA-B hebben, met de kleur van de betonning precies omgekeerd als in Europa. Die tonnen liggen er niet voor niets, want ik zat binnen de kortste keren vast aan de grond. Gelukkig zijn er nauwelijks getijden, zodat je op je gemak kunt proberen zelf los te komen, zeker op de lagune, zonder golfslag. Maar bijna meteen kreeg ik hulp aangeboden van een zware speedboot en dat is natuurlijk wel zo gemakkelijk. Een lijntje overgegooid en trekken maar. Oeps, dat bleek nog verder de ondiepte op. De motor van het zware monster brulde en de sleeplijn van 16 mm knapte alsof het een vlaggenlijntje was. Dit was niet de manier, duidelijk, maar ondertussen zat ik te vast om op eigen kracht nog los te kunnen komen. Een lijn van de top van de mast om de boot scheef te trekken was de volgende poging, maar ik was inmiddels beducht voor de kracht van de speedboot. De 7/8 getuigde mast is namelijk in de top niet gestaagd tegen doorbuiging opzij. De mast boog vervaarlijk door voordat de boot voldoende schuin kwam om los te komen, zodat ik die poging heb afgebroken. Liever aan de grond met een hele mast. Een volgende poging wilde ik doen met de spinnakerval die ter hoogte van de hoofdstagen uit de mast komt. De schipper van de speedboot wilde echter graag eerst proberen de boot achteruit los te trekken. Zowaar, die poging lukte! Hè hè, eindelijk naar de ankerplek en vroeg naar bed.

Elsa met diessellekkage

Het slechte slapen op Saba werd helemaal goed gemaakt door wat het eiland te bieden heeft. Maar eerst even terug naar de gestrande Elsa. Het onderdek met de gastenverblijven en de machinekamer stond al helemaal onder water en de diesel stroomde de zee in. Het schip had de tank half vol, dat is  nog steeds zo’n 20.000 (!) liter diesel. Even voltanken betekent voor velen van ons een jaarsalaris, maar afgezet tegen de dagwaarde van de boot, van 31 miljoen dollar, is dat wel in verhouding 😉  Zo nu en dan werd de Arcadia dan ook omringd door een dieselfilm op het water. Zwemmen was er dan niet bij. Geen groot probleem voor mij, want ik wilde toch het land op.
Ik moet nog wel even vermelden dat ik hoorde van een Nederlands jacht van 49 voet dat de week ervoor op de rotsen was geslagen. De lijn van de boot was doorgesleten toen de bemanning een paar dagen van boord was. Ze hadden, zoals aanbevolen in de documentatie van het Mariene Park, hun lijn door de mooringlus gehaald van de bakboordkikker naar de stuurboordkikker. Fout! De boot giert altijd heen en weer en dan schuurt de lijn door de lus, net zo lang tot hij doorgesleten is. Een landvast die dubbel wordt genomen vanaf de boot moet altijd terug naar hetzelfde punt als waar hij vandaan komt. Een gouden regel die altijd op gaat.

Om aan land te komen moet je met het bijbootje 1,5 mijl tegen de wind in naar het veerhaventje. Er is een tijd geweest dat het motortje zoveel problemen gaf, dat ik dat niet zou aandurven, maar het ding loopt tegenwoordig als een zonnetje en dan is het in een kwartier gepiept. Eenmaal aan land moet je steil omhoog naar het eerste dorpje, The Bottom. Het tweede dorpje op Saba heet Windward en je mag raden aan welke kant dat ligt. Openbaar vervoer schijnt er niet te zijn op het eiland, wat als groot voordeel heeft dat liften hier de norm is; iedereen doet het en je wordt zo meegenomen. Het eiland is van een Madurodam-achtige kneuterigheid, zodat overwegingen van veiligheid hier bij het liften helemaal niet aan de orde zijn. Ik bedoel dat positief. Saba is heel relaxt en charmant.
Vanuit Windward begint er een goed onderhouden, halfverhard pad, onderbroken door 1064 traptreden naar de top van het eiland: Mount Scenery. Je ziet een mooie opeenvolging in de vegetatiestructuur.  Beneden bij de haven is een halfwoestijn-vegetatie, bij het begin van de trap secundair gedeeltelijk bladverliezend bos met veel gekko’s, een enkele landheremietkreeft en heel veel Philodendrons met bladeren zo groot als olifantsoren, niet verrassend in het Engels Elephants Ears geheten. Bij de top, die bijna altijd in de wolken zit, groeit onverstoord nevelwoud. Vooral dat nevelwoud was voor mij als bioloog genieten. Boomvarens, zompige bosbodem, nevel die neerslaat op de takken met als gevolg hangende mostapijten en volop epifyten en varens met bijna doorschijnend dunne bladeren want over uitdrogen hoeven ze zich geen zorgen te maken. Je kijkt je ogen uit. Maar niet naar het uitzicht, want je ziet rondom alleen mist. Verbaasd was ik toen ik dicht bij de top halfverwilderde, maar goed in de veren zittende kippen tegenkwam. Deze dieren vinden hier een biotoop dat niet zo erg verschillend is van hun oorspronkelijke biotoop in Azië. Alleen al deze wandeling was voor mij het bezoek aan Saba waard. Hier droomde ik van als biologiestudent.

Maar Saba staat ook bekend vanwege de onverstoorde onderwaterfauna. Je hebt al gelezen dat ik daar snorkelend niet goed hoogte van kreeg, daarom heb ik me ingeschreven voor een duik voor de volgende dag, bij duikshop Saba Divers (www.sabadivers.com), die sinds 6 maande gerund wordt door de Belgische Cato en haar Duitse vriend Ben. We hebben gedoken bij de duikspot ‘Hot Springs’, tussen de veerhaven en Ladder Bay. Bij deze duikspot komt warm vulkanisch kwelwater uit de bodem omhoog, wat je kunt voelen als je je handen in het zand steekt. De afwisseling van zandbodem met rotspartijen geeft een prachtige verscheidenheid aan zeeleven. Op de zandbodem zagen we twee rustende Verpleegsterhaaien en een enorme zeeschildpad. De rotsen bieden leefruimte aan bekersponzen en koralen, voornamelijk zachte, maar ook kalkvormende, met een weelde aan koraalvissen: Franse keizersvis, Hertogsvis, Papegaaivissen, Trekkervissen, Vijlvissen, Koffervissen (o.a. de Honingraat koffervis), Witgestippelde vijlvis en Doktersvissen. Deze laatste hebben een uitklapbaar lancet paraat aan weerskanten van de staartwortel. Een enorme Langoeste in een hol onder de rotsen completeerde het fraaie beeld. Mijn duikgenoten waren behalve Cato een bejaard Duits stel van tegen de 80, dat woont op Barbados. Zo wil ik ook wel oud worden.

De “Ladder”

Na de duik ben ik via land naar de beruchte Ladder gelopen. Ik heb alsnog medelijden met de arbeiders die beneden schepen moesten lossen in de branding van de keienkust en vervolgens de lading op hun rug die hoge trap op moesten dragen. Zonder bagage kostte het mij al menig zweetdruppel.

Bij het wegvaren van Saba passeerde ik de volgescheten Diamont Rock, broedplaats van Booby’s (lokale Jan van Genten) en Keerkringvogels. De vogels zaten nu op zee, maar ik heb nergens zo veel prachtige Roodsnavelkeerkringvogels gezien als rond Saba.

Nu lig ik weer in de baai van Marigot. Hier voel ik me vrijer dan in de lagune, maar de komende dagen ga ik wel de drukte ontvluchten. Ik weet nog niet waar naartoe. Misschien naar het nabijgelegen eiland Tintemarre.

Scheepsdrama bij Saba

Het jacht Elsa, één van de twee mega-motorjachten waar ik over schreef, is van zijn anker geslagen en verdaagd in de branding bij de “ladder”. Er ligt daar voor miljoenen te verschroten. De bemanning wordt van boord gehaald met de tenders van het andere mega-jacht.

Naast Elsa ligt een Mooringboei op het strand waaraan ze vastgemaakt zat. Ze heeft die boei gewoon meegesleurd. Weliswaar is er één boei die geschikt is voor superjachten, maar ze heeft hetzij de verkeerde boei gepakt, of ze is gewoon veel te zwaar voor welke boei dan ook. Het eigen ankergerei van de  Elsa heeft een kettingmaat van 20 of 30 millimeter (de Arcadia 8). Had ze dat maar gebruikt.

Met al het personeel aan boord had dit nooit mogen gebeuren. Ze zijn wel erg nonchalant geweest.

Saba

Saba, 22 maart 2017

Er liggen 5 zeilboten bij Saba en de Arcadia is er één van. Oké, er liggen ook nog twee mega-motorjachten, maar dit is wel toch wel even anders dan tussen de honderden zeilboten bij Sint Maarten. Ik ben er best een beetje trots op, want het was wel een dingetje om hier te komen. Niet de zeiltocht zelf: met een matig windje van zo’n 14 knopen op 50 graden aan de wind kon ik eindelijk weer eens vol tuig varen en de boot liep met de schoongemaakte romp als een speer. Genieten. Toen ik Saba rondde, kwam ik in een vervelende gijpkoers met een rollende boot en heb ik eerst het zeil opgedoekt. Dat ging niet soepel omdat de reeflijn van het derde rif in het blok van de achterstag vasthaakte. Dan krijg je later vragen via de mail waarom de boot op Marinetraffic plotseling 5 minuten oostvaarts voer en later weer westwaarts. Nou ja zeg, zelfs het opdoeken van het zeil gaat niet onbespied aan de andere kant van de oceaan! Goed gezien, Wim 🙂

Saba heeft een piepklein veerhaventje, waarin ik hoopte even aan te kunnen leggen voor het inklaren. De havenmeester gaf me via de marifoon echter geen toestemming daarvoor en gaf me instructie om aan een voor het inklaren gereserveerde mooring vast te maken en met het bijbootje de haven in te komen. Ik zag daar tegenop, want deze zijde van het eiland was volledig onbeschut en hoewel de windgolven niet hoog waren, waren ze toch wel een meter. Om dan op een dansende boot de buitenboordmotor in je eentje over te laden op een wild springend bijbootje vergt acrobatische toeren. En voordat je daaraan kunt beginnen moet je eerst de boot in je eentje aan de mooring vastpikken. Zowaar, alles lukte perfect bij de eerste keer. Ik leer het nog wel.

Zoom in en je ziet de ‘ladder’ in het midden

Na het inklaren kon ik voor donker de beschutte westkant van het eiland bereiken, waar ook de ander zeilboten aan moorings liggen. Beschut betekent in dit geval dat er geen windgolven staan, maar dat de oceaandeining gewoon doorloopt. Daarom ben ik ook in deze dagen met niet al te veel oceaandeining hierheen gegaan. Desalniettemin heb ik slecht geslapen en besloot ik vandaag lui te zijn en gewoon te genieten van de ankerplek met uitzicht op de “ladder”. Dit is de oorspronkelijke plek waar voor Saba bestemde goederen aan land werden gebracht en via een steile trap naar boven werden gedragen. Als je nu de branding op het steile en smalle strand van rolstenen ziet onderaan de hoge klif, dan krijg je daar wel respect voor. Met het bijbootje hier aan de kant komen is voor mij in elk geval uitgesloten. In een blog van anderen las ik dat ze zwemmend door de branding zijn gekomen. Dat ga ik later misschien ook proberen.

Heel het water rond Sint Maarten tot een diepte van 60 meter is een marien park. Om hier aan één van de 10 moorings te mogen liggen of te ankeren betaal je met een kleine boot een gering bedrag (elke boot onder 50 ton noemen ze ‘klein’): 3 dollar voor de boot en dan nog 1 dollar per nacht per persoon.
Ik ben dan wel lui geweest, maar ik wilde toch wel graag zien hoe het er dan onder water uitziet. Ik verwachtte er veel van, maar de eerste indruk is me tegengevallen. Door het roerige water is het water in de zone van zo’n 50 meter vanaf de kust niet mooi helder. De rotsen zijn dan ook bedekt met een laagje zand en stof, waardoor deze snorkelzone lang niet zo kleurig en spectaculair is als in beschutte rotsbaaien van Sint Lucia, Martinique en Guadeloupe. Zelfs de weinige bekersponzen zitten vol zand. Er is nauwelijks steenkoraal, wel zachte koralen, veel relatief grote koraalvissen en ook een barracuda van zo’n 80 cm.
Hoe verder van de kust, hoe helderder het is, maar dan zie je vanaf de oppervlakte nog maar weinig. Je moet dan diep naar beneden duiken om genoeg te zien en daar is het mooier. Mijn record staat nu op 15 meter, bij de mooring waar de boot aan ligt, maar op die dieptje kun je helaas maar heel kort blijven. Ik ga morgen dan ook maar eens informeren naar de mogelijkheden om een duik met apparatuur te maken.

Morgen met het bijbootje 1,5 mijl terug naar de veerhaven, want dat is de enige plaats waar je aan land kunt en dan te voet het eiland op. Dat belooft mooi te worden. Het eiland is groen en spectaculair steil met een top in de wolken.

Achteraf had ik natuurlijk meteen hier aan een mooring in de luwte vast moeten maken en van hier met het bijbootje naar de haven moeten gaan om in te klaren. Maar ja, als je alles van tevoren weet mis je kick van het ontdekken. Dat is, vooral achteraf, toch een deel van de pret.

Sint Maarten

Ik heb het al eerder gehad over de verstedelijking van Sint Maarten. Daar werd ik weer ruw mee geconfronteerd in de idyllische Friars Bay, toen ik rond middernacht werd gewekt door oorverdovende discomuziek uit nota bene de volgende, bovenwindse baai. Voor die gevallen heb ik oordoppen bij me, zodat ik toch nog een beetje kon slapen, maar het stoort me niet zo’n klein beetje. De volgende ochtend ging ik op onderzoek uit en daarbij bleek die hele baai afgehuurd te zijn voor een evenement voor de rest van de week. Er stond een hek omheen en toegang was verboden. De “muziek” zou rond het middaguur al weer beginnen tot middernacht. Reden genoeg om te vertrekken naar een baai bovenwinds van het evenement.
In mijn nieuwe baai, de Anse Marcel, werd ‘mooi’ geïllustreerd dat de kust gevaarlijk is voor een boot. Er was een lokale toeristencatamaran op de rotsen gelopen en ternauwernood drijvende gehouden met een zware pomp. Het was een heel spektakel om te volgen hoe het ding werd losgetrokken en moeizaam drijvend werd gehouden.

Ik was trouwens in die Friars Bay erg vlijtig geweest met het verwijderen van de aangroei op de boot. Ik begon met een grove schuurspons, maar tegen de kalkkokerwormen en zeepoken was dat een futiel wapen. Er zat niets anders op dan de hele boot met een plamuurmes af te steken. Ik kan je verzekeren dat dat niet meevalt met een snorkel. Je kunt het ook door een duiker laten doen, maar dan kost  het 120 euro en die heb ik toch mooi in 3 uur verdiend, ook al was ik de rest van de dag uitgeteld. De voldoening krijg je er gratis bij, maar ik had graag een duikset had gehuurd als dat hier mogelijk was geweest.

Ik heb in mijn vorige stukje nogal afgegeven op de natuur in Sint Maarten. Daar wil ik gedeeltelijk op terugkomen, nu ik het natuurreservaat op de uiterste noordoostpunt heb gezien. Vanuit de Anse Marcel begint een natuurpad dat rond de hele noordoostpunt voert naar Orient Bay. Ook hier zijn nauwelijks uitgegroeide bomen, maar dit wordt gedeeltelijk veroorzaakt door het drogere klimaat. Sint Maarten is nou eenmaal niet zo hoog en vangt niet zoveel regen. Het struikgewas is hier rijk ontwikkeld en op kale, geëxponeerde noordoostpunt groeien fantastisch mooie cactussen, met de toepasselijke Engelse naam “Turk’s cap” (Melocactus intortus). Ook op dit pad kom je geen toerist tegen, wat jammer toch (voor hen).

De volgende bestemming wordt Saba. Een steile en moeilijk toegankelijke vulkaan, die met een jacht alleen onder gunstige omstandigheden bereikbaar is. Dat gaat dinsdag wel lukken, denk ik.

Een wereld van contrasten

Het is een hele tijd geleden dat ik wat geschreven heb. Ik was toen solo op weg naar Sint Maarten, nadat ik op Martinique afscheid had genomen van Wouter en Nienke. Het solo varen gaat me goed af, weet ik inmiddels wel. Het solo reizen ben ik ook gewend, maar toch is die overgang groter. Pieken en dalen zijn in je eentje groter, heeft een oceaanzeilster me eens verteld. En zo is het. Je twijfels, vreugde en teleurstellingen moet je alleen verwerken, of het nou over het zeilen gaat of over het leven in het algemeen.

Maar de reden dat ik naar Sint Maarten vaar is juist dat ik weer het gezelschap van Heleen ga opzoeken. In de krokusvakantie gaan we een week skiën in Oostenrijk. Wàt, skiën? Ja, skiën. Hoe kun je het verzinnen bij een rondje Atlantic? Tja, dat is onderdeel van onze unieke formule om deze reis te maken.
Ik kan gelukkig zeggen dat het skiën me best afging. Alles was nog heel na afloop, behalve dan de kies van Heleen, maar dat is een heel ander verhaal waarover ik hier niet ga uitweiden.

Wim en Joke hebben in de tussentijd op de boot gepast en vakantie gevierd op Sint Maarten. Na mijn terugkeer, vorige week woensdag hebben we nog twee daagjes samen rond gevaren. Dat wil zeggen, ik wilde graag rond het eiland, maar er stond zo’n harde wind dat we alleen twee keer op de fok heen en terug naar Anguilla zijn gevaren. Om geen last te hebben van de forse deining hebben we binnen op de lagune geankerd. Dat is wel mooi in Sint Maarten, ook met slecht weer heb je hier prima plekken om te verblijven.

Sint Maarten is een raar eiland. Het is voor de helft Frans, deel van de EU en met de euro als betaalmiddel. Voor de andere helft is het Nederlands, maar daar is de voertaal Engels en de Amerikaanse dollar het officiële betaalmiddel. Er is daar niets wat op een connectie met Nederland wijst. De meeste zeilers verblijven in het Franse deel, want het Nederlandse deel is nóg duurder. Dat richt zich vooral op megajachten en op cruiseschepen. Sint Maarten is ook geologisch een raar eiland. Het heeft een grote, ondiepe zoutwaterlagune, die via ophaalbruggen met zee verbonden is. In de lagune liggen honderden boten voor anker, net als trouwens in de beschutte, ondiepe baaien. Dat het zo ondiep is heeft te maken met het feit dat Sint Maarten samen met Anguilla en Sint Barth op één onderzees vulkaanplateau ligt, in tegenstelling tot de meeste andere eilanden, die stuk voor stuk steil uit zee oprijzen.

Sint Maarten is niet mijn favoriete eiland. Het is erg verstedelijkt en wat er nog aan natuur aanwezig is ziet er afgekloven uit. Mangroves zijn nagenoeg verdwenen en zo ongeveer alles wat er aan bos was is vervangen door struikgewas. Dat wil overigens niet zeggen dat er op het gebied van natuur niets te beleven is. Op tal van plaatsen wemelt het van de leguanen. Bij Friars Bay zijn ze zo aan mensen gewend dat je ze tot vlakbij kunt benaderen. Gisteren heb ik een wandelpad (of beter klauterpad) dwars over het eiland gevold van Marigot in het Franse deel naar het Nederlandse deel. Je komt dan helemaal niemand tegen en er zijn schitterende uitzichten over het eiland. Zo vol is het eiland en dan is er niemand die een stil wandelpad opzoekt, behalve ik. Ik verbaas me daarover, maar kennelijk is iedereen aan het borrelen of in een huurauto aan het rond rijden.
Ik heb me veel verplaatst op mijn vouwfietsje. Wel na enige aarzeling, want er doen verhalen de ronde over het levensgevaarlijke verkeer en wheely’ende motorrijders. Toch is het mij alles meegevallen en vrijwel iedereen houdt rekening met zo’n enge fietser, want die kennen ze hier bijna niet. Op een drukke tweebaansweg blijven ze liever achter je rijden dan je te passeren. Mijn conclusie is dat het hier veiliger is op de fiets dan in Nederland. Bovendien kun je hier nergens hard rijden en dat doet men ook niet.

De verstedelijking heeft ook zijn pluspunten. Er zijn hier betere watersportwinkels dan waar ook in het Caraïbisch gebied, voor zover ik dat gezien heb. De spullen zijn wel behoorlijk aan de prijs, zoals werkelijk alles op dit eiland, ondanks de BTW van slechts 4%. Maar alles is dan ook te koop. De Super-U in Marigot heeft een assortiment à la Albert Heijn en zoiets ben ik sinds Lissabon niet meer tegengekomen.
De verstedelijking heeft zelfs geleid tot een unieke toeristische trekpleister, in de vorm van het strandje aan het begin van de startbaan van het vliegveld. Wie kent niet van Youtube de filmpjes van mensen die door de straalmotoren worden weggeblazen? Ik kan je verzekeren dat je op zijn minst heftig wordt gezandstraald.

Tot vandaag heb ik lui in de haven gelegen, maar de vooruitbetaalde maand liggeld is opgesoupeerd en ik ga verkassen naar een baai op zee. Daar ga ik eerst de aangroei eens van het onderwaterschip verwijderen – met de snorkel een flinke klus. Antifouling doet hier helaas niet wat je in Nederland gewend bent. De boot is een woud van vooral wieren, met helaas ook zeepokken, kalkbuisjes van kokerwormen en mosdiertjes. Hoezo weinig natuur op Sint Maarten?

Zoekt en gij zult vinden(?)

woensdag 9 februari

Het is 8 uur ’s ochtends en ik zit voor het eerst tijdens het zeilen buiten in de kuip te typen. Het zijn dan ook mooie conditities. De zon schijnt volop en de wind komt ruim in op 140 graden. Het waait ongeveer 20 knopen; dat is zoals gewoonlijk wat meer dan voorspeld; misschien omdat de windmeter op 17 m hoogte zit in plaats van op 10 m, waarvoor de voorspelling geldt. Eergisteren, toen ik van Martinique naar Dominica voer woei het gemiddeld 24 knopen bij halve wind, en in de buien 30. Dat is een stuk ruiger varen. Daarom laat ik voorlopig het tweede rif er maar in staan. De meeste boten varen hier trouwens sowieso met twee reven. Aan de lijzijde van de eilanden heb je dan te weinig zeil, totdat er weer een valwind met 30 knopen of meer een vallei uit komt zetten. Een mijl verder moet de motor er soms weer bij.
Ik ben om 7 uur vertrokken na rustig ontbeten te hebben en ik heb na de zware dag van gisteren toch liefst 9 uur aan een stuk geslapen. Dat geeft een beetje een idee van het Caraïbische dag-nacht ritme. De zon gaat hier elke dag op ongeveer dezelfde tijd op en onder. Je bioritme stemt zich daar vanzelf op af. Om 9 uur slaap ik meestal en om 5 uur gaan de oogjes weer open (tenzij ik zoals vandaag uitslaap tot 6 uur). In Nederland gaat de zon elke maand op een andere tijd op en onder; dan wordt het de klok die op een onnatuurlijke manier het ritme gaat regeren. Zou het misschien zo zijn dat mensen in de tropen minder vaak slaapproblemen hebben dan op hogere breedte?
Ja, gisteren was het een zware dag. Ik ben solo onderweg van Martinique naar Sint Maarten, vanwaar ik over een week naar Nederland vlieg. Wouter en Nienke zijn zondagavond in Fort de France van boord gegaan, na twee gezellige weken samen. Maandag heb ik inkopen gedaan, uitgeklaard en ben ik naar Sint Pierre in het noorden van Martinique gevaren; en eergisteren, zoals al gememoreerd, van Martinique naar Dominica. Daar ben ik gestopt bij Roseau, waar ik, zoals sommige lezers zich misschien herinneren, mijn dure bril in de Titou Gorge ben verloren. Ik wilde een poging doen om hem met een duikuitrusting weer terug te vinden. Maar voor het zover was moest ik bij Roseau voor het eerst solo aanleggen aan een mooring. Dat lukte wel, maar niet zonder bloed op de boot. Ik doe dan ook dingen die ik een opstapper niet zou toestaan. Dat mag je stom noemen. Volgende keer zal het soepeler gaan.
De duikexpeditie was een heel geregel, allereerst om in te klaren, vervolgens om een duikuitrusting te bemachtigen en toen om vervoer te krijgen. Er kwamen namelijk twee cruiseschepen tegelijk, dus alle taxi’s waren bezet. Een huurauto bood uitkomst. In alle vroegte ben ik naar de kloof gereden, vóór de meute van de cruiseschepen uit, want het links rijden op de smalle bergweggetjes, met hier en daar een “single track”, is geen automatisme voor me. In de kloof kreeg ik nogal wat bekijks met mijn duikuitrusting en werd ik goedmoedig van vals spelen beticht door de moddervette Amerikanen. Onder water was het even wennen: weinig licht, een diepte die varieert van 2 tot 10 meter en het miegelt van de zoetwaterkreeftjes en -krabben. Al gauw zag ik dat de expeditie weinig kans van slagen had, want op veel plaatsen is de bodem bedekt met grote keien met ruime openingen daartussen. Als een bril daartussen terecht komt is terugvinden uitgesloten. Toch heb ik de hele kloof afgezocht tot ik tot op het bot verkleumd was. Meer dan een goedkope mannenring heb ik niet gevonden. Op de terugweg was ik blij dat de auto niet alleen airco had, maar ook verwarming. Die heeft de hele terugweg voluit aan gestaan.
Ondertussen waait het een stabiele 25 knopen, nu ik helemaal uit de lij van Dominica weg ben. Zie je wel dat ik dat tweede rif er gerust in kon laten zitten? Toch is het door de ruime koers nog steeds comfortabel en aangenaam. Ik blijf in de kuip typen.
Nu ben ik onderweg naar Guadeloupe, waar ik in het noorden bij Deshaies wil ankeren – zo’n 50 mijl. Morgen wordt de afstand groter, zo’n 70 mijl naar Sint Kitts. Het laatste rak naar Sint Maarten is ook een kleine 70 mijl. Lange dagen zeilen dus, wat betekent dat ik voor zonsopgang wil vertrekken en kans heb om in het donker aan te komen. Dat is geen probleem als de ankerplaats niet te krap is. Het rak naar Sint Maarten wordt volgens de verwachting halve wind met 20 knopen. Dat zal wel weer ruig en nat worden.
Het bijbootje sleep ik niet meer achter me aan, sinds het in een valwind is omgeslagen waarbij de bevestigingsring afbrak door de plotseling grote waterweerstand. Nu bindt ik het op zijn kop met spanbanden op de voorpunt. Dat bevalt tot nu toe beter. De illusie dat het de luiken dan ook beschermt tegen buiswater heb ik laten varen toen ik in een golf weer eens liters water binnen kreeg. De luiken blijven nu potdicht.