Terugblik op Rondje Atlantic

Ruim een maand geleden heb ik het Rondje Atlantic voltooid. Tijd voor een terugblik.

Wat me verbaasd heeft, is dat het zo weinig moeite kost om in Nederland de draad weer op te pakken. Na enkele dagen is het alsof ik niet weg geweest bent, net als na een ‘gewone’ vakantie. Nu, een maand later, moet ik mezelf zo nu en dan bevestigen dat het echt waar is – een jaar op reis geweest met eigen boot en twee maal de oceaan over gevaren. Ben ik dan nog niet lang genoeg weg geweest, kun je je afvragen, of zit Nederland zo diep geworteld in mijn systeem?

Het is niet zo dat ik geen verschil zie. Op mijn werk zitten we in een geheel nieuw gebouw met heel veel glas en de omgeving is ook ingrijpend onder handen genomen. Keurig netjes, de welvaart straalt er vanaf, alleen zo jammer dat het personeel het niet prettig vindt als werkplek. Maar wat me vooral opvalt is dat het leven in Nederland zo gehaast is en dat ik daar zelf in no-time in wordt meegezogen. Dat staat me tegen. Als je in het zuiden in de rij staat voor de kassa van de supermarkt, dan neemt de kassière alle tijd voor een praatje met degene die aan de beurt is en ze begint pas met de volgende klant als de eerste klant alles op haar gemak heeft ingepakt. In Nederland moet je snel je boodschappen inpakken anders worden ze bedolven onder de razendsnel gescande boodschappen van de volgende klant. Zo zijn er vele voorbeelden. Mij is afgeraden om auto te rijden in sommige verre landen. Maar ik kan je verzekeren dat het verkeer in Nederland een stuk hectischer is, door het ongeduld van de mede-automobilisten.
En wat ik nu mis is de warmte van de zon. Ik zweet heel veel liever dan dat ik koude voeten heb.

Mensen vragen me vaak wat het mooiste is wat ik gezien heb. Daar heb ik geen antwoord op. Elk land dat ik bezocht heb heeft zijn eigen charme en het is juist de veelheid aan indrukken die de reis tot zo’n fantastische belevenis heeft gemaakt. Natuurlijk heb ik genoten van mooie landschappen, maar de kleurrijke chaos van Afrika heeft een meer blijvende indruk op me gemaakt. De indrukken die me het het meest dierbaar zijn, zijn die uit de minder welvarende landen. De geur (of zo je wilt stank) van Dakar; de rust van de mangroves en de vogelrijkdom van Gambia in combinatie met de kleurrijke (over)bevolking; de pure eenvoud en het droge, ruige landschap van de KaapVerden; Nederlands kunnen spreken in het verre Suriname met zijn uitbundige natuur. Als ik het Rondje Atlantic ga herhalen, dan blijf ik langer in die contreien en minder lang in de toeristische Caraïben, hoe mooi ze ook zijn.

Mensen vragen me ook of ik me niet onveilig heb gevoeld. Het antwoord is: nee, nooit. Ik heb bijna uitsluitend vriendelijke mensen ontmoet. Natuurlijk zitten daar in arme landen vaak mensen tussen die je als een wandelende portemonnee zien, maar dat neemt niet weg dat ze vriendelijk zijn als het tot een gesprek komt. De sociale controle op ankerplaatsen is vaak groot, niet alleen van de andere ankeraars, maar zeker ook van de lokale bevolking. Dat laatste heb ik vooral ervaren in Gambia bij Lamin Lodge, waar ik bijzonder plezierig contact had met de locals die daar diensten leveren aan de gasten, zoals het aanleveren van drinkwater, het doen van de was of het begeleiden van een vogelexcursie.
Lastig waren de ‘boat boys’ op een aantal Engelstalige Caraïbische eilanden, die je koste wat kost tegen betaling een mooringlijn willen aanreiken, ook als je jezelf heel goed kunt redden. Daar ben ik nooit op ingegaan; betalen voor een dienst die ik nodig heb doe ik met liefde, maar niet voor een brutaal opgedrongen dienst waar ik niet om gevraagd heb.
De enige ervaring met kleine criminaliteit heb ik gehad in Suriname, waar mijn telefoon uit mijn zak is gejat in de rij van de supermarkt. Later heb ik hem van de dief terug kunnen kopen, maar dat is een verhaal op zich 🙂

Het lijkt een hele onderneming, het varen van een Rondje Atlantic. Maar ik heb het als niet moeilijker ervaren dan een zomervakantie naar de Oostzee. Wat het moeilijkste is, is de drempel overstappen om er aan te beginnen. Als je eenmaal onderweg bent, dan leef je van dag tot dag in je kleine, eenvoudige wereld.
Voorafgaand aan de tocht kun je jezelf gek maken met gedachten over “wat als”. Wat als de verstaging het begeeft of het roer kapot gaat; wat als het drinkwater opraakt en er geen havens zijn; wat als ik ziek word? Zodra je de trossen los hebt gemaakt wordt “wat als” vervangen door “wat is”, en meestal is er helemaal niets om je druk over te maken maar zijn er juist leuke oplossingen voor alledaagse probleempjes. Zo is het aan boord krijgen van drinkwater in Afrika eerder een leuke belevenis dat een kopzorg.
Natuurlijk gaat er wel eens wat mis wat je wel zorgen baart, maar dat kan meestal ter plekke opgelost worden. Een haperende motorbediening werd door een lokale mecanicien op Sint Lucia gerepareerd; voor een verloren bril had ik gelukkig een reserve bij me. Zo ook bij anderen – problemen die ze tegenkwamen konden vrijwel altijd opgelost worden zonder slapeloze nachten. Zelfs de Hanse die met alleen nog de hoofdwanten intact in de Caraïben aankwam –  onderwant en tussenwant waren geknapt – voer twee weken later weer vrolijk rond met nieuwe verstaging. Het meest ernstige wat ik van mede-zeilers heb gehoord is dat iemand is overvaren door een speedboot. Maar ja, dat kan je ook in Nederland gebeuren. Het gaat trouwens weer goed met hem. En ik heb gehoord over een boot die (onbemand) is losgeraakt van een mooring en op de rotsen is geslagen. Dit was te wijten aan een onkundige manier van vastmaken en zou dus makkelijk te voorkomen zijn geweest.

Dat laatste voorbeeld geeft wel aan dat je natuurlijk over een behoorlijke basiskennis en over gezond verstand moet beschikken om de onderneming tot een succes te maken. Daarnaast moet je fysiek in orde zijn. En uiteraard moet je zorgen dat je boot in orde is.
De boot heb ik in orde gemaakt met nieuwe zeilen ter vervanging van de 15 jaar oude; ruim bemeten zonnepanelen in combinatie met een nieuwe Lithiumfosfaat accu; 60 meter ankerketting en diverse kleine aanpassingen. Essentiële onderdelen heb ik preventief onderhoud gegeven, zoals de stuurautomaat en de motor. Het onderhoud waar ik onderweg het meeste last van had, was het verwijderen van aangroei. Misschien is het het beste om halverwege de tocht de boot op de kant te zetten voor een nieuwe laag antifouling.

Over het zeilen heb ik het nog niet eens gehad. Dat is natuurlijk wel een belangrijk onderdeel van een Rondje Atlantic, maar voor een enigszins ervaren zeiler geen probleem. Als je eenmaal zuidelijk genoeg bent is de route er een met grotendeels stabiel weer en wind uit een gunstige richting. Soms is er te weinig wind en soms is er een bui met te veel wind, maar echte problemen levert dat niet. In de meeste buien kon ik de wind zonder te reven de baas door voor de wind weg te lopen, al zaten er ook wel een paar tussen waar ik me op verkeken heb. In de Caraïben vaar je meestal gereefd in een constante wind; leuk zeilen en niet moeilijk. Bij de Canarische eilanden ervaar je de trechterwerking tussen de eilanden in de “acceleratie zones”, waar de wind binnen een paar honderd meter kan toenemen van windkracht 3 naar windkracht 7. Als dat te veel is: even terugvaren en reven.
Zeiltechnisch het lastigste is de terugweg van de Caraïben via de Azoren naar Europa. Je moet noordelijk genoeg varen om uit de passaatzone te komen en de zuidwestenwinden op te pakken, maar dat betekent tegelijkertijd dat je de fronten van depressies over je heen kunt krijgen en als je pech hebt de kern van een depressie. Daar ben ik steeds alert op geweest en ik ben in totaal voor een viertal depressies zuidelijk gebleven tot het front gepasseerd was, met dank aan de gribfiles via de satelliettelefoon. Dat leverde toch nog wind op van 30 knopen of daarboven, maar heeft met wind van 40 knopen of meer bespaard.

Tot slot: het smaakt naar meer. De drempel is nu laag en ik zal vol vertrouwen aan een volgende reis beginnen.

HET IS VOLBRACHT

Tja, dit stukje had ik eigenlijk vrijdagavond, voor anker liggend bij IJsseloog en genietend van een glas champagne, willen schrijven. Zoals wel meer deze tocht verliep ook dit wat anders dan gepland. Ditmaal was dat te wijten aan de Ketelbrug, waarover later meer.

We waren gebleven bij onze tocht naar Yarmouth, die inderdaad uiteindelijk voornamelijk op de motor moest. Op anderhalf uur na is het hele verdere traject naar Scheveningen op de motor gegaan. Tijdens dat anderhalf uur, tegen het eind van mijn wacht, bleek Aeolus een vervanger te hebben aangesteld en begon het onverwacht een beetje te waaien, de wind blies mooi in de zeilen; ik heb er niets aan veranderd en het commentaar van de schipper toen die wakker werd was “keurig”. Maar de vervanger van onze vakantievierende god had niet meer in zijn mars dan die anderhalf uur.
Om een uur of drie ’s nachts gooiden we bij Yarmouth het anker uit en gingen te kooi. Hoewel we van plan waren in Yarmouth even vers voer in te slaan en te tanken zijn we de ‘s morgens toch maar doorgegaan, rechtstreeks naar Dover, want we hadden de stroom mee en zonder wind is het wel fijn als je dan in ieder geval daar gebruik van kunt maken. Dit betekende dat we voor nog eens 24 uur waren aangewezen op blikvoer, restjes en muesli; een ander puntje was de hoeveelheid diesel…. zouden we het redden?
Na een ontspannen dag met veel zon, een vlakke zee en een prima nacht kwamen we de volgende dag, maandag,  rond 10.00 uur in Dover aan. We hebben getankt (!), de boot voor een paar uur in de Marina gelegd, boodschappen gedaan en geconstateerd dat Dover – om met Jeroen te spreken –
een grafstad is. Rond 13.30 zijn we weer vertrokken en zetten koers naar Scheveningen. Ook deze tocht was ontspannen en uiteraard, de volle 27 uur lang, op de motor.

Wie in Scheveningen ligt, gaat eten bij Simonis op de visafslag. We hadden allebei een caesar salad met gamba’s…. dit was zoveel dat wij, zoals vrijwel iedereen bij Simonis, de restanten in een doggy bag hebben meegenomen. De volgende dag hadden we er met z’n tweeën weer een volwaardige maaltijd aan!

Tja, de volgende dag, woensdag, dat was wat. Aeolus was kennelijk vertoornd over de litanie waarin wij onze onvrede over zijn afwezig- en nalatigheid hadden bezongen en was uit op wraak. Hij zou eens even laten zien dat hij terug was van vakantie en dat die periode van rust en bezinning hem verkwikt had. Vol nieuwe energie blies hij een windkracht veel. We lagen serieus verwaaid. Hoe wrang is dat na 350 mijl op de motor varen….! Deze dag hebben we doorgebracht met uitslapen, het bezoeken van Sea Life, koffie met appeltaart en La Trappe met bitterballen!
Misschien dat Aeolus zich iets te enthousiast had betoond, de volgende dag tegen een uur of elf, was voor hem de lol eraf en werd hij een stuk tammer. We konden ook de haven weer uit. Het traject Scheveningen – IJmuiden hebben we zeilend, de Arcadia wist gelukkig nog dat zij een zeilboot was, kunnen afleggen! LEKKER! Die avond, iets na 20.00 uur, gingen we bij Durgerdam voor anker met nog een allerlaatste dag voor de boeg.

Onze terugtocht stond in het teken van dingen die totaal anders liepen dan we hadden voorzien en gepland en dus hebben we hem ook op die manier afgesloten. De planning was te tanken in Lelystad en dan doorvaren naar het Ketelmeer en bij IJsseloog voor anker; misschien nog even zwemmen, maar in ieder geval een lekker salade en een fles champagne ter afsluiting. Maar ja, we waren even vergeten dat de Ketelbrug een spitssluiting heeft tussen 16.00 en 18.30. Als we zo zouden doorvaren, zeilend (!) vanaf Lelystad, zouden we om 17.00 uur bij de brug zijn. We hebben dus eerst de fok maar weggehaald en na een tijdje ook het grootzeil en hebben ons voor top en takel naar de brug laten blazen. Hier kwamen we precies op tijd aan maar we hadden dubbel rood. Er lagen diverse andere schepen te wachten en de brugwachter meldde dat het wachten was op inspecteurs van Rijkswaterstaat maar dat hij daarna zou draaien…. al wat er gebeurde…. geen brugopening. Soms kregen we groen rood, maar dan toch weer dubbel rood en uiteindelijk het bericht dat er een storing was, iets met de slagbomen. Daar lig je dan voor Jan Joker. We hebben de fles champagne daar maar vast ontkurkt en uiteindelijk hebben we ook dobberend voor de brug gegeten. Dit laatste heeft mij nog een ouderwetse slappe lach bezorgd, toen Marti vol in zijn bord met eten ging zitten 😊.
Uiteindelijk draaide de brug om 19.40 uur en lagen we een uur later voor anker, in het gezellige gezelschap van Alna en JanWillem (met dank voor de foto’s) die ons bij de brug waren komen begroeten.

Zaterdagmorgen 2 september om 09.30 uur voeren we de jachthaven binnen, onder getoeter van Wim die ons op het havenhoofd stond op te wachten; in de haven waren Alna, JanWillem, Rob en havenmeester Dick om ons te verwelkomen. Tijd voor koffie met taart en daarna een glas, of twee, prosecco…. HET IS VOLBRACHT.

Marti’s grote avontuur dat op 16 juli vorig jaar begon is na 13,5 maand en 12.000 mijl ten einde. Ik heb een derde van het aantal mijlen – en dat vind ik eigenlijk al héél veel – mee mogen maken. Sommige mensen kijken hier enorm tegenop, vinden het een hele prestatie. Wij zien het niet zo zeer als een prestatie; wel als een fantastische ervaring. Alles wat we hebben gezien, de dingen die we hebben meegemaakt, het was geweldig.

Waar is Aeolus als je hem nodig hebt…..?

Zo vlot en zowel letterlijk als figuurlijk het ons vorig jaar op de heenweg voor de wind ging, zo lastig wordt het ons nu gemaakt.
De goede Aeolus is kennelijk met vakantie en rust ergens danig op zijn lauweren dat hij totaal niet meer aan ons denkt…..om het kort te zeggen: de wind is op! Als er al een heel klein beetje wind is, zucht die precies uit de richting waarheen wij moeten koersen willen wij – en dat liefst op tijd – in IJmuiden geraken.

Eerst maar even een terugblik op de afgelopen week. We hebben ons in Camaret uitstekend vermaakt. Camaret is een leuk, typisch Frans plaatsje met winkeltjes, restaurantjes en leuke pleintjes en terrasjes. De kust aldaar is bijzonder aantrekkelijk en we hebben zaterdag dan ook een mooie wandeling langs die kust gemaakt. Eenmaal terug aan boord zijn we uit de haven vertrokken om een paar meter verderop het anker uit te gooien en de nacht door te brengen. Het plan was de volgende morgen om 09.30 uur te vertrekken naar Falmouth, een tocht van 120 Nm. We gingen er vanuit daar 20 a 24 uur voor nodig te hebben. Het ging wat sneller. Na 19 uur konden we het anker laten vallen en nog een staartje nacht meepikken. Aeolus was toen overduidelijk nog on duty: We hadden gedurende de overtocht een stevige wind mee, een zeer woelige zee én – ha, ha! – geen zieken aan boord. Wat we wel hadden, en dat was jammer, miezerige maar zeer doeltreffende motregen en mist. We hebben dus vooral binnen gezeten.
Eenmaal uitgeslapen hebben we ons maandagmorgen in de marina van Falmouth gemeld. Je blijft je vermaken in zo’n haven…. de Engelsen kunnen ten eerste geen lijnen beleggen en ten tweede in een aantal gevallen ook gewoon niet zeilen. Een simpele box van het formaat “Frauenparkplatz” invaren in een toch wel zeer ruime straat bleek voor een enkeling al te veel gevraagd. Ach ja….. iets met de beste stuurlui.
Falmouth is trouwens een verschrikkelijk leuk, Dickensachtig plaatsje met heel veel heel leuke winkeltjes en een beslist heel veel betere en rijkere uitstraling dan b.v. Lowestoft (daar noem je dan ook wat ;)) Dinsdag hebben we op de rivier Fal geankerd en dat was echt heel aangenaam. Zelden lagen we rustiger dan daar: geen geschommel, niets!
Woensdag zetten we koers naar Fowey, ook al zo’n poppig, wel druk, Engels plaatsje met aardige mensen en heel veel bakkers – ongeveer ieder derde pand is een bakkerszaakje –. In de eerste troffen wij een verrukkelijke rosemary walnut boule!

Inmiddels was het ons pijnlijk duidelijk geworden dat Aeolus met vakantie was en langdurig ook, dat wachten op wind geen enkele zin had en dat het zaak werd meters te gaan maken, aangezien we anders niet op tijd thuis zouden zijn. Jammer, ons plan om in toeristische dagtochtjes langs de Engelse kust te gaan, moest drastisch worden bijgesteld.
Na een nacht bij Salcombe te hebben liggen schommelen als een malle, waren we zo brak als, tja als wat eigenlijk….? Meestal is een deur een goed vergelijkingsmiddel, maar ik vind dat hier toch niet zo passend. Goed brak dus en niet zo’n beetje. Dat deed ons besluiten uit te wijken naar Dartmouth – dat moest op de motor wegens het eerder vermelde gebrek aan wind. Daar zouden we boodschappen doen, water tappen, een nacht goed slapen en dan de volgende morgen om 09.00 uur vertrekken en in een ruk doorvaren, onder zeil waar het kan en op de motor waar het moet, naar Yarmouth, Wight.
De aanloop bij Dartmouth was groots, ook weer zo’n leuke Zuid-Engelse plaats…. Maar wat een drukte; kermis; omroepers en heel, heel, heel veel mensen. Er bleek een of andere festiviteit gaande met sloeproeiraces in diverse categorieën, zeilraces en heel veel drukte en lawaai. Daarbij was er geen plaats in de jachthaven en ankeren mag daar niet. We konden aan de verkeerde kant van de rivier dubbel liggen aan een ponton en ons dan per watertaxi naar de kant laten vervoeren. Ook leuk, maar de herrie schrikte ons wel af…. gaan we hiervan bijkomen? Waarschijnlijk gaat dit de hele nacht door. We besloten weer te vertrekken, met een volle watertank, dat wel, en of door te varen of ergens voor anker te gaan. Het werd dat laatste, gewoon in de baai vlak voor Dartmouth. We hebben daar een heerlijk zonnige en rustige middag (VAKANTIE!!!) doorgebracht en hebben nog kunnen genieten van een vliegshow, die overduidelijk te maken had met de festiviteiten in Dartmouth. Marti had nu de tijd om de navigatieverlichting op de boeg te repareren…. Wel handig als het werkt nietwaar als je ’s nachts op de motor moet varen. Ook de nacht was heerlijk rustig, hoe anders dan die ervoor.
Verkwikt zijn we nu, volgens plan sinds 09.00 uur, op weg naar Yarmouth… we zeilen zowaar met de fantastische snelheid van 2.4 knoop door het water. Dat kan een goeie tijd worden dus. De motor zal zo wel weer aangaan, met 3.8 knoop wind doe je niet heel veel…. Maar voorlopig zitten we hier prima: rustig dobberend, zonnetje…. en die 300 Nm naar IJmuiden…. op een of andere manier zullen we die wel redden. Ontspannen bezigheid dat zeezeilen!

Toen wij naar Engeland (of Ierland) vertrokken….

Belandden wij in Camaret…. Vanmorgen, vrijdag 18 augustus 2017, om 10.12 uur lagen wij afgemeerd en precies 10 minuten later lagen wij opnieuw afgemeerd op een andere plek, waar we, gezien de lengte van onze slang,  wel dicht genoeg bij een waterpunt liggen.
De aanloop was werkelijk prachtig, op een of andere manier mooier dan wij ons van vorig jaar herinnerden.
Inmiddels is de boot weer helemaal schoon en wij ook. Wat een zaligheid om te douchen, je haar te wassen, en schone kleren aan te trekken!

Wat hieraan vooraf ging, waren 1200 zeemijlen in precies 10 dagen en, eerlijk is eerlijk, de meeste daarvan zijn mij uiterst slecht bevallen. De helse hoofdpijnen waarvan ik op weg van Sint Maarten naar de BVI’s zo’n last had, speelden mij ook nu weer parten. Dit is een heel ander soort hoofdpijn dan “normale hoofdpijn”. Daarmee kan ik normaal gesproken nog functioneren, maar hiermee niet dus. Ik houd het toch op een vorm van zeeziekte, die veroorzaakt wordt door het feit dat je niet helemaal of helemaal niet fit bent. Het zit aan de rechterkant van mijn hoofd en bestrijkt de hele range van het midden, naar de slaap, het oog,  het oor en de nek. Soms is het op de ene plek erger, soms op de andere maar je wordt er moedeloos en bent er ziek van. Als het dan een dag weg is, denk je “mooi, dat hebben we gehad”, het gaat een dag goed en dan word je voor je wacht gewekt en blijk je  – nee hè niet weer! – een barstende, misselijk makende koppijn te hebben.
Het tegenstrijdige is ook dat ik dan aan geen enkele vorm van eten moet denken, terwijl het wel duidelijk is, dat je je echt beter voelt als je zorgt dat je maag gevuld blijft. Maar ja, wat moet je dan eten? Wanneer alleen al de koelkast open ging, werd ik beroerd van de geur. Ik wilde van alles (broodje lever of half-om; een lekker stuk roquefort; pannenkoek kaas/gember) maar niet wat we aan boord hadden. Tja…. en op de oceaan kunt je geen boodschappen doen – er komt zelfs geen parlevinker langs – en de vissen wilden opnieuw niet bijten. Je moet je dus behelpen met wat er is. Zelfs aan de door mij zo gewaardeerde Vinho Verde moest ik niet denken. En dat zegt wat! Zij die mij wat beter kennen, weten dat het echt niet goed met mij gaat als ik mijn geliefde glas witte wijn niet wil drinken.
Voordeel was dat er op de oceaan helemaal niets gebeurt. Marti vond het dan ook geen enkel probleem om mij geen wacht te laten lopen. Gelukkig was dit zijn idee. Ik vrees namelijk, mijzelf kennende, dat ik op karakter gewoon gedaan had wat er van mij verwacht werd als hij het niet had voorgesteld. Afspraak is afspraak tenslotte.
En nou we toch bezig zijn….. dan lig je de hele nacht dus in je bed. En ook dat was niet goed genoeg voor mevrouw. Steeds in dezelfde houding liggen is niets voor mij, maar ook hier heb je geen keus Je ligt anders te rollen als een malle en dat is niet bevorderlijk voor de nachtrust, helaas eenzelfde constante houding ook niet in mijn geval. Drukpijn schouder – verliggen – drukpijn rug – verliggen – drukpijn heup – nog maar eens draaien. Wat dit nou weer is? Te weinig vet aan de ribben, leeftijd of het prinses-op-de- erwtsyndroom ik weet het niet. Misschien een combinatie (het kan nooit alleen een combinatie…….grapje met een knipoog naar Herman Finkers)

Maar nu het positieve: ik had dit toch niet willen missen en ik ben ook niet van plan de lange stukken op zee eraan te geven; zo gauw geef ik mij niet gewonnen! En daarbij dinsdag, woensdag en donderdag waren topdagen, zeker donderdag (dat was dus gisteren) inclusief wacht! Maar ook dinsdag met het vooruitzicht van een front dat ’s avonds en ’s nachts zou passeren en ons zou confronteren met langdurig storm (35 knopen wind maar liefst en niet even) vond ik een belevenis. Marti wilde sowieso de hele nacht paraat zijn, dus ik lag – wel wakker van alle geluiden en het geweld der elementen – te rollen in mijn  kooi, maar ik voelde me ondertussen wel heel veilig. Het is geweldig zoals die boot zich gehouden heeft en het is bovendien geruststellend voor de bemanning te weten dat het, zij het uiterst oncomfortabel, gewoon goed gaat. Toen de wind was afgenomen, zo rond 07.00 uur, was de oceaan een warboel van golven die werkelijk uit alle richtingen tegen elkaar opbeukten. De Arcadia leek wel een kermisattraktie!

En nu nog even terug naar de dagen voor ons vertrek uit Horta. Zaterdag 5 augustus was het stralend weer en hebben we met z’n zessen, Henk en Carla, Wouter en Saskia en wij, alsnog de ferry naar Pico genomen. We hebben een prachtige wandeling gemaakt langs de kust en vele wijngaardjes. Het was echt heel bijzonder om te zien dat, hoewel ze vlak bij elkaar liggen, die eilanden zo ontzettend van elkaar verschillen.
De dag ervoor was overigens in Horta de Semana do Mar van start gegaan en voor die gelegenheid kwam de burgermeester van Horta persoonlijk op de jachten in de haven een zak met plaatselijke delicatessen én een hortensiabloem (de Azoren zijn vergeven van de hortensia’s) aanbieden.
Zondag 6 augustus hadden wij, samen met Henk en Carla, 2 scooters gehuurd en hebben wij gevieren het eiland gerond. We zijn tot helemaal boven gegaan, tot de krater, wind en regen trotserend daarboven, je weet namelijk maar nooit, misschien kunnen we een glimp opvatten…. Eenmaal vlak onder de kraterrand hebben we de scooters geparkeerd en zijn omhoog geklommen om vanaf de rand in een krater vol wolken te kijken. En toen gebeurde het… langzaam kwam er wat zicht, een beetje zon, en hadden we een prachtig zicht op de diepte onder ons en de zijkanten van de krater!

Het idee was maandag of dinsdag nog een dag naar Velas te gaan en ook daar een scooter te huren om Sao Jorge te verkennen. Toen Marti echter telefonisch scooters wilde reserveren, bleek dat niet mogelijk. Alles was tot de volgende zondag verhuurd. Omdat wij nu niet zoveel te zoeken hadden op Sao Jorge, besloten we de maandag te gebruiken voor foerageren en schoon schip maken en dinsdag 8 augustus uit Horta te vertrekken, koers pal Noord, bestemming Ierland of Zuid-West Engeland (als way point voorlopig de Scilly Islands). Na de passage van het front, dinsdag werd duidelijk dat we bij Ierland opnieuw in dit soort ellende terecht zouden komen en dan met nog meer knopen wind. Aangezien we Bretagne ook wel een leuk idee vonden, besloten we de koers daarnaartoe te verleggen, daar even de toerist uit te hangen en vandaaruit alsnog naar Falmouth te gaan. Dat zal dus overmorgen worden.

Nu gaan we eerst heerlijk “moules au bleu” (met roquefort) eten en we krijgen daar van Peter en Jacqueline, de schatten, op afstand een lekkere fles wijn bij!

De eerste pastis is overigens reeds genuttigd !!!!

On vous salue!

Gevangen

Helaas slaat dit nog steeds niet op een maaltje verse vis van eigen hengel; het slaat op onszelf.
De avond van maandag 24 juli arriveerde ik in Praia da Victoria op Terceira (Azoren) en kon het avontuur van de terugtocht van de Arcadia beginnen, althans dat was het idee. Eerst even twee weken bijkomen op de Azoren, diverse eilanden aandoen en per auto of scooter verkennen om dan – dat zou dus zo ongeveer maandag 6 augustus zijn – de oversteek te maken naar West-Spanje. Daar wilden we dan de Rias wat uitgebreider bekijken, nogmaals naar (L)a Coruña gaan en dan vandaaruit over de Golf van Biskaje via Bretagne terugvaren naar Nederland.

Nou vergeet het maar!

Aanvankelijk zag het er nog wel redelijk uit. Marti stond mij met een huurauto op het vliegveld op te wachten en de tocht naar Angra do Heriosmo was beslist de moeite waard. Wat een hortensia’s overal!
We hebben heerlijk lapas gegeten en zijn toen naar de boot gevaren die voor anker lag. Er volgden twee wat onrustige nachten voor anker en drie rustige in de haven. Donderdag hadden we een auto gehuurd en uitgerekend die dag was het regenachtig en bewolkt…. Dat betekende dus dat je op de hoger gelegen delen van het eiland niets te zoeken had. Toch was de tocht absoluut de moeite waard.
Gezellig was ook het feit dat de Persephone eveneens in de haven lag. Nigel en Karen hadden wij al op de BVI’s ontmoet en wij hebben ook in Angra een paar happy hours met ze doorgebracht.

Zaterdagmorgen 29 juli – de negenentwintigste verjaardag van mijn oudste zoon, Joost – zijn we, uitgezwaaid door Nigel, vertrokken met bestemming Velas (Sao Jorge). Na een lange dag zeilen lagen we om 19.30 uur lokale tijd (21.30 uur Nederlandse tijd) voor anker. De Cory pijlstormvogels lieten zich, toen het eenmaal donker was, goed horen. Een gewaarschuwd mens telt voor twee, evengoed wist ik niet wat me overkwam, wat een geluid!
Zondag hebben we wat door Velas gekuierd; geluncht met lapas en om een uur of twee zijn we vertrokken met als doel Horta op Faial. Het idee was daar een paar dagen te zijn, een auto te huren om wat rond te toeren en daarna weer terug te varen naar Velas om ook op Sao Jorge nog wat rond te trekken, bij voorkeur op een scooter.
Ook hier lagen we rond 19.30 uur voor anker.

Horta staat bekend om in ieder geval twee dingen: het eerste is Peter Café Sport (waarvan we overigens al in Angra een T-shirt hadden gekocht ????) Daar zijn we dus eerst ’s morgens maar eens een koffie gaan drinken. Daarna hebben wij ons gemeld op het havenkantoor, waar we te horen kregen dat we niet voor anker konden blijven liggen. We kregen een mooi plekje aan een vingersteiger toegewezen. Na de afmeerborrel zijn we Horta in gegaan om te lunchen en verf te kopen voor dat andere waar Horta om bekend staat: de “wall and walk of fame”. Het is hier gewoonte dat de bemanning van de schepen die deze haven aandoen hun “handtekening” in de vorm van een muurschildering achterlaten. Tja dan moet je wat…… dinsdagmorgen hebben we ons beste creatieve beentje voor gezet en ons spoor achtergelaten.

Inmiddels is wel duidelijk geworden dat ons plan om maandag aan de oversteek naar Spanje te beginnen in duigen valt. Akelige vooruitzichten van een knoop of 30 scherp aan de wind of zelfs pal ertegenin maken zowel afvaren als Spanje onmogelijk. Tegen de tijd dat we hier wel weg kunnen, kunnen we het beste direct naar Zuid-Engeland varen… voor Spanje is het dan te laat.
Het weer is momenteel ook niet echt wat je van een zomervakantie op de Azoren verwacht…. bewolkt en in de heuvels regen. En om het plaatje van zielige triestigheid compleet te maken: toen we – ja, je moet toch wat? – vanmiddag een goedkope fles spumante opentrokken, bleek het spul naar kurk te smaken ☹!

Het is niet alleen maar kommer en kwel hoor. Wij bevinden ons hier in het uiterst aangename gezelschap van Henk en Carla de Rijke (Kairos), bij wie wij maandagavond gezellig geborreld en gisterenavond, samen met Wouter en Saskia (Schorpioen), uitgebreid gebarbecued hebben.
Maar ook voor en met hen loopt niet alles zoals gepland: Henk en Carla worstelen met problemen met een generator die niet betrouwbaar is. Ze overwegen nu zelfs om niet de boot op Terceira achter te laten, maar hem terug te varen naar Nederland. Wouter en Saskia zitten met hetzelfde probleem als wij… wanneer naar Nederland af te varen en via welke route.
En dan nog die andere tegenslagjes: we zouden voor gisteren proberen een auto te huren: in geheel Horta geen auto meer te krijgen. Vandaag wilden we met z’n zessen met de ferry naar Pico, het eiland hier tegenover, om daar een mooie kustwandeling te maken: op Pico regent het al ongeveer de hele dag, dus dat plan hebben we vanmorgen uiteindelijk afgeblazen.

Ondertussen hebben wij gisteren wat gefietst; heel ver kom je niet, want het is behoorlijk klimmen. Vanmorgen hebben we een leuke wandeling gemaakt met prachtige uit- en vergezichten over zee (nog steeds geen walvis gezien) en nu richt Marti zijn frustratie op klusjes aan de boot (hij komt net binnen met de tekst: “Nou, ik ben nog geen steek verder; dat schiet lekker op….”) en ik op dit stukje…

Nee, we zijn niet zielig, maar we willen eigenlijk wel een keer wat kunnen ondernemen. We schrijven inmiddels donderdag 3 augustus en ziet het ernaar uit dat we op zijn vroegst zondag naar Velas kunnen. Voorlopig wachten we af en zitten we gevangen.

Inspiratie

Inspiratie heb je niet alleen nodig om zo nu en dan een blog te schrijven, maar ook om uit een lange reis te halen wat er in zit, vooral als je op jezelf bent aangewezen. In Nederland had ik weer twee weken in het aangename gezelschap van mijn geliefde mogen verkeren, maar eenmaal terug op de Azoren ging ik vier weken solo tegemoet. Ditmaal ontbrak mij het enthousiasme of de adrenaline om daar het optimale uit te halen. Misschien komt dat ook omdat de Azoren een atlantisch Europees karakter hebben, waarvan ik uit tal van landen al overeenkomsten kende. De tropen inspireren mij meer vanwege het onbekende en (dat is een tic van mij) ook vanwege de temperatuur. Het komt ook een beetje omdat ik op een klein budget leef. Huren van een auto om de verdere omgeving te verkennen doe ik pas als Heleen hier is en het openbaar vervoer is erg beperkt. Ik kwam dus niet makkelijk uit Angra do Heroismo op Terceira weg, behalve te voet.

Zo kwam het dat de ene dag ongemerkt over ging in de andere dag. In gedachten was ik vaak bij de activiteiten die op me wachten bij mijn terugkeer in Nederland. Niet uit heimwee, maar omdat er nieuwe ontwikkelingen zijn waar ik me enthousiast voor voel. Ondertussen vermaakte ik me best hoor. Ik was uit de haven weggegaan om voor anker te gaan liggen in de baai. Ik slenterde door het gezellige stadje, ik maakte urenlange wandelingen door de straten en door de heuvels buiten de stad, ik las veel. Het was feestweek in het stadje, waarvan de meeste activiteiten mij niet méér konden bekoren dan wanneer het een Nederlandse feestweek uit de 60-er jaren zou zijn. Behalve dan het stierenpesten, dat verdient wel speciale vermelding. Een stier aan een tientallen meters lang touw wordt opgehitst door jongelui, die zich zo dichtbij mogelijk wagen. Het is al stoer om er vlak langs te rennen, met risico dat de stier achter je aan komt. Maar een enkeling presteert het om met de stier pirouettes te draaien, zich in evenwicht houdend met een hand op de kop van de stier. Het speelde op het haventerrein en ik kon het van vlakbij, maar toch op veilige afstand, bekijken van uit mijn bijbootje. Even leek dat fout te gaan toen de stier een groep jongelui in het water te lijf wilde, maar toen het te diep bleek schrok hij daar toch voor terug.

Voor ik het in de gaten had was er zo meer dan een week voorbij. Gedachtig dat verandering van spijs doet eten, vond ik dat het tijd werd om weer eens een andere plek op te zoeken. Trouwens, over eten gesproken, dat heb ik nog niet verteld, dat is voor iemand op een klein budget hier een groot genoegen. Tussen de middag heb je hier in de meeste restaurants een “prato do dia”, oftewel een maaltijd van de dag, inclusief een drankje (bier, wijn of fris) en koffie toe voor ongeveer 6 euro. Koken doe ik dus niet. Meestal breng ik de ochtend op de boot door met lezen of klusjes. Tussen de middag eet ik dan op de wal en ga aansluitend op pad tot het eind van de middag.

Hoog tijd om te vertrekken dus. De wind stond zondag goed om naar Velas op São Jorge te varen, 50 mijl. Ik was daar onderweg van Faial naar Terceira één nacht geweest en had mezelf beloofd om terug te keren. Solo zeilen is hier relatief erg gemakkelijk. De wind is meestal (erg) rustig en van acceleratiezones zoals op de Canarische eilanden valt weinig te bespeuren. Wel wordt de wind wispelturig als je achter een eiland komt en dan moet regelmatig, zoals Peter van de Elisabeth dat noemt, de Japanner die een eigen kamertje aan boord heeft aan het werk. Onderweg heb ik hoopvol gespeurd naar walvissen, maar al wat ik zag waren dolfijnen en die in ruime mate.

In de voorhaven van São Jorge kon ik met zorgvuldig inparkeren nog een ankerplekje tussen twee andere boten innemen, op krappe afstand van een kanjer van een rots onder water. Zo heb ik twee nachten geslapen, maar het zat me toch niet lekker, temeer dat het hier geen zandbodem is, maar een bodem met allemaal keien. De ankerketting rammelt dan onheilspellend als de boot van positie verandert op een windshift. Nu is er meer ruimte gekomen en heb ik een betere plek ingenomen.
Het bevalt me hier in Velas. De hele nacht kun je hier de Cory’s Peilstormvogels horen die overdag op zee zitten, maar ‘s nachts hun kolonie op de rotswand bezoeken. Dat bevalt me beter dan de muziek van de feestweek in Angra. Velas is meer een dorp dan een stadje, met een gezellig dorpsplein. Vlak naast het dorp verrijst een heuvel met daarin een ingestorte krater – een prachtig natuurgebied met spectaculaire kliffen. Bij helder weer kun je op het naburige eiland Pico de gelijknamige vulkaan zien, die de hoogste berg van Portugal is. Dat doet me denken aan mijn favoriete eiland La Gomera, waar je bij helder weer uitzicht hebt op de Teide op Tenerife, de hoogste berg van Spanje.

Goed dat ik een andere plek heb opgezocht. Hier is voor de komende dagen weer genoeg te verkennen.

Wennen op de Azoren

Toen ik op de Kaapverdische eilanden aankwam miste ik de kleur en levendigheid van Afrika. Toen ik Suriname naderde miste ik bij voorbaat al de rust van de oceaan. In de Caraïben miste ik de authenticiteit van de eerder bezochte niet-toeristische landen. Maar hier op de Azoren mis ik, sterker dan al het voorgaande missen, de zon en warmte van de tropen. Daar kwam ik onderweg al achter, met een watertemperatuur die in drie weken daalde van 26 naar 15 graden en bewolking die ook in hogedrukgebieden vaak de zon afschermde. Nu doe ik zelfs ‘s ochtends de kachel weer even aan als het bij het ontwaken 14 graden is in de kajuit.

Misschien is het beeld wat vertekend, want de mensen hier klagen ook dat de zomer op zich laat wachten, al geloven ze dat die nu toch echt gaat komen. Overdag komt de temperatuur al voorzichtig in de buurt van de 20 graden, bij een frisse wind. Ook aan het landschap is goed te zien dat het hier gemiddeld genomen altijd wel koel en vochtig is. Het agrarisch landschap doet met zijn sappige gras en met keien ommuurde perceeltjes eerder Schots of Iers aan dan zuidelijk. De bergen hebben ook een Schots uiterlijk met hun muts van heide (dat het ook wel boomheide is van soms 3 meter hoog zie je op een afstand niet :-).  Kort samengevat is het hier Atlantisch en niet Mediterraan, ook al ligt het ter hoogte van Lissabon.
Zoals je hoort had ik er wel wat tijd voor nodig om er aan te wennen dat ik weg ben uit zuidelijke sferen. Nu ik hier bijna twee weken ben en de tropische warmte uit mijn geheugen begint weg te lekken, raak ik geacclimatiseerd en ga ik de Azoren steeds meer waarderen.

De natuur van de Azoren heeft zich veel langer ongestoord kunnen ontwikkelen dan op het vasteland van Europa. Pas rond 1500 hebben zich mensen hier gevestigd, die in een paar eeuwen het landschap compleet hebben veranderd, waardoor nogal wat inheemse plant- en diersoorten zijn uitgestorven. Met Europese landbouwsubsidies is zelfs in de laatste decennia nog natuurgebied omgevormd tot landbouwgrond. (Er zit nog altijd te veel geld in de Europese landbouwbegroting, maar dat terzijde. Dat daarmee in Griekenland olijfgaarden zijn omgevormd tot maïsland is iets wat ook zo spijtig is).
Het resulterende landschap is echter bijzonder fotogeniek. Door het bergachtige landschap zijn er prachtige vergezichten op de graslanden die zijn geperceleerd met keienmuren, waarop en waarlangs vaak Hortensia’s groeien. Meestal is de zee dan te zien op de achtergrond of anders wel de bergtoppen met hun heide-achtige begroeiing.

Als je de eilanden vanuit zee nadert is het eerst wat opvalt de steile en ontoegankelijke klifkust. Aan land gaan kun je op de meeste plekken vergeten, maar gelukkig zijn er een aantal natuurlijke havens die tegenwoordig zijn uitgebreid met havenfaciliteiten. Deze klifkust is het broedgebied van zeevogels zoals Cory’s pijlstormvogel. Deze vogel maakt bij het broedgebied in het donker een beangstigend geluid (klik op de link). Op Flores wisten we de eerste avond niet wat ons overkwam toen we naast een kolonie Cory’s Pijlstormvogels geankerd bleken te zijn. Toen Portugezen het geluid voor het eerst hoorden hebben ze voor de zekerheid eerst maar een paar slaven aan land gezet om te zien of die de boze geesten zouden overleven… Nu er door de mens zoogdieren zoals ratten en wezels naar de eilanden zijn gebracht, zijn er veel minder broedkolonies en zijn ze teruggetrokken tot de meest ontoegankelijke plekken zoals rotsformaties voor de kust.

Tussen de klifkust en de bergtoppen is het land in cultuur gebracht als weidegrond. De graslanden bestaan niet zoals in Nederland uit monotoon Engels Raaigras, maar zijn gevarieerd en kruidenrijk, ongeveer zoals in de 70-er jaren nog in Nederland het geval was (en de meesten van jullie vergeten zijn). De wegbermen en restanten bos zijn nog interessanter. Voor de Europese florist is het hier een feest van herkenning, want veel plantensoorten hier kennen we ook uit noordwest Europa en daarnaast en daartussen staan toch zoveel onbekende soorten dat het spannend is. Dat zoveel bekend lijkt, is niet zo gek als je bedenkt dat twee derde van de ca. 1300 plantensoorten hier door de mens naar toe is gebracht. Daarbij ontspoort er regelmatig wat. De Siergember (Hedychium gardnerianum) uit de Himalaya heeft veel bossen en keienmuurtjes volledig overwoekerd. De autochtone flora staat zwaar onder druk van al die immigranten.

De bossen waren meestal als hakhout geëxploiteerd. Die hakhoutcultuur lijkt tegenwoordig niet meer in gebruik, zodat het bos weer de hoogte in schiet, maar nog wel uniform van leeftijdsopbouw is. Ook zijn er boomplantages van Eucaplyptus en Japanse Ceder, waar de natuurlijke struikondergroei zijn best doet om de zaak weer over te nemen. Op minder vruchtbare plaatsen staat struikgewas van boomheide en een soort Gagel (Myrica faya). Deze laatste soort, die hier inheems is, overwoekert op Hawaï weer de inheemse flora. Eilanden met een flora die zich in isolement heeft ontwikkeld zijn extra kwetsbaar voor flora- en fauna-immigranten.

Soms is het jammer dat je bioloog bent, want ondanks de problematiek van flora en fauna is het landschap van een overweldigende schoonheid. Voor de steden en dorpen is dat minder het geval. Op Flores was duidelijk geen rijkdom om fraaie gebouwen neer te zetten, ook al heeft de walvisvangst bijzondere sporen nagelaten. Horta op Faial is al veel meer een stad, maar ook nog betrekkelijk saai. Angra de Heroismo op Terceira, waar ik nu ben, is tot nu toe het meest levendige en zelfs wat mediterraan (jawel!) aandoende stadje met een levendige, gezellige sfeer, veel terrasjes en een prachtig park.
Over Horta moet ik wel vermelden dat dit voor wereldzeilers HET Atlantische ontmoetingspunt is, met muurschilderingen van bezoekende schepen op elk vrij plekje kademuur en met café Peter Sport, dat je als zeiler niet gemist mag hebben. Het is net zo’n trekpleister als de pub Butt And Oyster in Pin Mill is voor de Noordzeezeilers (voor de landrotten: dit is aan het getijdenriviertje de Orwell dat bij Harwich in zee komt). Peter Sport is trouwens wel commerciëler, met zelfs winkeldependances op de andere eilanden, waar ze T-shirts e.d. verkopen.

Met deze indrukken van de Azoren zou ik bijna vergeten te vermelden wat wij nou gedaan hebben. Op Flores hebben we ons een dag verveeld toen het 24 uur regende, maar daarna hebben we het meer dan goed gemaakt door twee dagen een auto te huren en een groot deel van het eiland te verkennen. Door de overvloedige regenval van de vorige dag waren de watervallen, die vanaf het centrale hoogland naar beneden vielen, spectaculair. Het is op Flores erg mooi wandelen, maar na de regen was het uitkijken geblazen voor modder en gladheid. Als je bedenkt dat veel wandelpaden vroeger verbindingswegen waren, vóór de tijd van de asfaltwegen, dan besef je hoe geïsoleerd de dorpelingen vroeger waren.
Van Flores naar het volgende eiland Faial is het zo’n 130 mijl, zodat het een nacht doorvaren is. PotvisWe zijn vertrokken met een zwak windje. Al zeilend levert dat niet alleen een welkom ouwe-lullen-tochtje op, maar dan zijn de omstandigheden om walvissen te spotten ook ideaal. En jawel, we hebben een paar potvisruggen boven water gezien en ademfonteinen, maar dan wel op een paar honderd meter afstand. De dolfijnen zijn minder verlegen. Die kwamen regelmatig rond de boot hun zwemkunst vertonen.
In Horta op Faial vielen we met onze neus in de boter, want de president van Portugal kwam op bezoek en alle eilandbewoners, inclusief de toeristen, werden uitgenodigd voor een traditionele Pinkstermaaltijd op tweede Pinksterdag. Dat lieten we ons geen twee keer zeggen. Wat we al ontdekt meenden te hebben kwam weer uit: op de Azoren houden ze vooral van véél vlees. Mijn tafelbuurman vertelde enthousiast dat er 6 koeien in de maaltijd verwerkt waren. Bijzonder om mee te maken, maar niet vanwege de exquisiteit van de maaltijd.
Tjitte moest in Horta helaas afhaken, zodat Bart en ik samen de laatste trajecten hebben gevaren. Horta hebben we enigzins overhaast verlaten omdat er een diepe depressie op komst was die volgens de voorspelling in windstoten 45 knopen wind zou opleveren. Achteraf viel het mee, maar we wilden die wel vóór zijn. Het traject naar Terceira hebben we in tweeën geknipt door eerst een tochtje van 20 mijl naar Velas op São Jorge. Het haventje van Velas is krap maar mooi gelegen onderaan een klifwand waar Cory’s Pijlstormvogels ‘s avonds de sfeer weer bepaalden tot plezier van ons en de bemanning op de Enjoyster, die ons uitgenodigd had voor de borrel.
Ook hier waren we graag wat langer gebleven, maar we wilden ruim voor de storm op Terceira zijn, dus de volgende dag ging het weer verder. Deze 50 mijl was voor Bart het laatste tochtje hier op zee, dus de verwachtingen voor het walvisspotten waren hoog gespannen. Helaas moesten we ons tevreden stellen met dolfijnen. Waar je in de Noordzee dolblij van wordt is hier een teleurstelling. Wat is alles toch relatief… O, we zijn gewoon verwend? Ik geloof dat je gelijk hebt.
Op Terceira hebben we wederom een auto gehuurd en hebben prachtige wandelingen gemaakt langs werkelijk spectaculaire kusten. Hoger op het eiland hing de vaak voorkomende mist, zodat dat voor later  bewaard is.

En nu ben ik voor het eerst sinds een kleine twee maanden weer alleen op de boot. Ik weet inmiddels dat ik dan eerst lui wordt om alle indrukken te laten bezinken. Even niet er opuit, maar tussen het lui zijn klusjes doen. De was doen; nieuwe gasfles regelen; boot ontzouten, schoonmaken en opruimen; achterstallige mails beantwoorden; blog schrijven; router weer werkend krijgen en als beloning Netflix kunnen kijken; door het stadje scharrelen; dat soort werk. Er zijn beslist slechtere plekken om zo bezig te zijn. Vanaf woensdag ga ik twee weken “op vakantie” naar Nederland en volgt er op de blog een poosje radiostilte. Daarna pak ik op de Azoren weer de draad op, want hier blijf ik tot eind juli of begin augustus.

Op de Azoren

[ auteur: Bart van der Ree ]

Vanochtend om half zes hebben we na bijna drie weken zeilen ons anker uitgegooid. En wel net buiten de haven van Flores, het meest westelijke eiland van de Azoren en het meest westelijke puntje van Europa. Nadat wat bijslapen zijn we de wal op gegaan – ik, Bart, liep alsof ik flink dronken was! En dat terwijl ik in de tweede helft van mijn veertigjarige zeilcarrière dat gevoel volledig kwijt was geraakt. Maar na drie weken, 4000 km en vier tijdzones klotsen, zwalkte ik met zeebenen over de straten. Bizar! Na een wijntje bij de lunch ging het al beter. Tjitte en Marti hadden er overigens geen last van.
We hebben het dorpje Lajes bekeken en vervolgens ingecheckt bij de haven, wat opgeruimd aan de boot, gedouched (aan boord want aan de wal zijn er alleen wrakke koude douches!), gegeten en dat was het alweer voor vandaag. Vooral beleven hoe het is om weer in de gewone wereld terug te komen. In het restaurantje waar we onze lunch hadden zaten we echt te wennen aan de veelheid van indrukken, na al die leegte! Overigens hebben we gisteren walvissen gezien, eerst echt ruggen die zichtbaar bovenkwamen, daarna nog een paar pluimpjes van hun adem. Dat zag er echt uit zoals ik me dat voorstelde. Bijzonder.
Morgen wordt heel veel regen verwacht, dus we kunnen dan maar beperkt de toerist uithangen. Maar we hebben al een huurauto geregeld voor donderdag, dan gaan we het eiland beter bekijken en vooral het hoogland met de kratermeertjes. We willen dan vrijdag of zaterdag door naar Faial. Daar hopen we wat mee te pakken van de Pinkstervieringen, die volgens ons boekje nergens ter wereld zo uitgebreid zijn als op de Azoren.
Een nieuwe fase is aangebroken!

Spelletje met de wind

Het spelletje met windstiltes en depressies maakt de oceaanoversteek van de Caraïben naar de Azoren een heel wat lastiger puzzel dan de ‘milk-run’ van de Kaapverdische eilanden naar de Caraïben. Zeker dit jaar. Mijn pilot zegt dat bij de Azoren de kans op meer dan 30 knopen wind in mei/juni slechts 1% is. Maar tijdens onze overtocht zijn er toch twee zulke depressies over de Azoren getrokken. We zagen ze aankomen op de gribfiles en voor ons was dat reden om zuidelijk van de 35e breedtegraad te blijven, 200 mijl zuidelijker dan de breedtegraad van de Azoren. Daar krijg je nog wel een veeg mee van de depressie, maar de hardste wind mis je. Die tactiek heeft goed gewerkt. Vrijdag was een dag met veel wind, of eigenlijk begon dat donderdagavond al. De depressie trok met ruim 40 knopen wind over de Azoren en bij ons bleef de wind beperkt tot een aantal uren rond de 28 knopen (windkracht 6-7). Met ruime wind en 3 reven is dat goed te doen. De golven en vooral de oceaandeining leverden weer een fraai schouwspel. Zo zie je ze op de Noordzee niet.
Maar als wind en zee dan weer kalmeren is het extra fijn om een rustig dagje te hebben. Dat was ons gisteren gegund, met bovendien een aangenaam zonnetje en een paar showtjes van dolfijnen.

De wind van nu maakt een koers naar het meest westelijke eiland Flores aantrekkelijker dan naar Horta op Faial. Bovendien ligt dat zo’n 70 mijl dichterbij, waardoor we dinsdagochtend al kunnen aankomen. De pilot schrijft over Flores “it must be among the loveliest places in the world”, en zoiets kun je natuurlijk niet links laten liggen als je tijd genoeg hebt.
Op naar Flores dus. En later in de week alsnog naar Horta.

Zondag 28 mei. Positie: 36°51 N, 34°20 W. Nog 213 mijl naar Flores.

Uitrusten en vis

Hier opstapper Bart weer. Tot gistermorgen hadden we een paar dagen lang een lekker stevig windje kracht 6 tot 7. Dat schoot enorm op: we zijn nu op 70% van de tocht. Aan de andere kant is het dan ook weer fijn wanneer de wind afneemt. Gisteren gebeurde dat… eindelijk weer in de kuip een boekje lezen zonder dat je flatsen zeewater over je heen krijgt (de e-reader van Tjitte begaf het bijna maar is toch weer tot leven gewekt). En eindelijk weer koken, je verplaatsen, het toilet bezoeken, een kopje thee drinken zonder dat je je stevig vast moet houden tegen de rollers en schuivers die de boot maakt. En eindelijk weer een douche! Dat wil zeggen: achter in de kuip, met emmers zeewater dat ondertussen nog maar 16-17 graden is. Toch een heerlijke opfrisser.
En weer de hengel uit, en we vingen weer een mooie vis rond half vijf in de middag, precies het moment waarop ik nadacht wat te koken vanavond. Dat werd dus kakelverse gebakken Bonito (het was een soort tonijn, weer ongeveer een halve meter lang) met zilvervliesrijst en de laatste helft verse kool. Heerlijk! Vanavond maakt Marti de andere helft klaar.
De nachten worden ondertussen echt fris, zeker als je net uit je slaap komt. Laagjes aantrekken dus, en vannacht heb ik voor het eerst een muts opgezet. De luchten blijven overdag prachtig, helder, blauw met wit. In de nacht geweldige sterrenhemels met een Melkweg die zo fel oplicht dat je het bijna niet gelooft. De maan is ondertussen helemaal weg dus de sterren en planeten hebben vrij spel. Er is tijd om een paar nieuwe sterrenbeelden te leren die je normaal in Nederland niet ziet. En om met een muziekje op de koptelefoon om me heen te turen. Heerlijk allemaal.
Hoe lang nog? 650 mijl, dat kan in een dag of vijf maar het kan net zo goed twee keer zo lang worden. Marti haalt 1-2 maal per dag een nieuwe GRIB-file binnen met weersverwachtingen, en we laveren een beetje door tussen windstiltegebieden en uitlopers van depressies. Die natuurlijk ook allemaal bewegen, dus dat is een puzzeltje. Daarbij blijven we natuurlijk aan de veilige kant, dus liever te weinig wind dan te veel – en dat laatste wordt ook niet verwacht.

Donderdag 25 mei. Positie: 34°54′ N, 41°27′ W.