Inspiratie

Inspiratie heb je niet alleen nodig om zo nu en dan een blog te schrijven, maar ook om uit een lange reis te halen wat er in zit, vooral als je op jezelf bent aangewezen. In Nederland had ik weer twee weken in het aangename gezelschap van mijn geliefde mogen verkeren, maar eenmaal terug op de Azoren ging ik vier weken solo tegemoet. Ditmaal ontbrak mij het enthousiasme of de adrenaline om daar het optimale uit te halen. Misschien komt dat ook omdat de Azoren een atlantisch Europees karakter hebben, waarvan ik uit tal van landen al overeenkomsten kende. De tropen inspireren mij meer vanwege het onbekende en (dat is een tic van mij) ook vanwege de temperatuur. Het komt ook een beetje omdat ik op een klein budget leef. Huren van een auto om de verdere omgeving te verkennen doe ik pas als Heleen hier is en het openbaar vervoer is erg beperkt. Ik kwam dus niet makkelijk uit Angra do Heroismo op Terceira weg, behalve te voet.

Zo kwam het dat de ene dag ongemerkt over ging in de andere dag. In gedachten was ik vaak bij de activiteiten die op me wachten bij mijn terugkeer in Nederland. Niet uit heimwee, maar omdat er nieuwe ontwikkelingen zijn waar ik me enthousiast voor voel. Ondertussen vermaakte ik me best hoor. Ik was uit de haven weggegaan om voor anker te gaan liggen in de baai. Ik slenterde door het gezellige stadje, ik maakte urenlange wandelingen door de straten en door de heuvels buiten de stad, ik las veel. Het was feestweek in het stadje, waarvan de meeste activiteiten mij niet méér konden bekoren dan wanneer het een Nederlandse feestweek uit de 60-er jaren zou zijn. Behalve dan het stierenpesten, dat verdient wel speciale vermelding. Een stier aan een tientallen meters lang touw wordt opgehitst door jongelui, die zich zo dichtbij mogelijk wagen. Het is al stoer om er vlak langs te rennen, met risico dat de stier achter je aan komt. Maar een enkeling presteert het om met de stier pirouettes te draaien, zich in evenwicht houdend met een hand op de kop van de stier. Het speelde op het haventerrein en ik kon het van vlakbij, maar toch op veilige afstand, bekijken van uit mijn bijbootje. Even leek dat fout te gaan toen de stier een groep jongelui in het water te lijf wilde, maar toen het te diep bleek schrok hij daar toch voor terug.

Voor ik het in de gaten had was er zo meer dan een week voorbij. Gedachtig dat verandering van spijs doet eten, vond ik dat het tijd werd om weer eens een andere plek op te zoeken. Trouwens, over eten gesproken, dat heb ik nog niet verteld, dat is voor iemand op een klein budget hier een groot genoegen. Tussen de middag heb je hier in de meeste restaurants een “prato do dia”, oftewel een maaltijd van de dag, inclusief een drankje (bier, wijn of fris) en koffie toe voor ongeveer 6 euro. Koken doe ik dus niet. Meestal breng ik de ochtend op de boot door met lezen of klusjes. Tussen de middag eet ik dan op de wal en ga aansluitend op pad tot het eind van de middag.

Hoog tijd om te vertrekken dus. De wind stond zondag goed om naar Velas op São Jorge te varen, 50 mijl. Ik was daar onderweg van Faial naar Terceira één nacht geweest en had mezelf beloofd om terug te keren. Solo zeilen is hier relatief erg gemakkelijk. De wind is meestal (erg) rustig en van acceleratiezones zoals op de Canarische eilanden valt weinig te bespeuren. Wel wordt de wind wispelturig als je achter een eiland komt en dan moet regelmatig, zoals Peter van de Elisabeth dat noemt, de Japanner die een eigen kamertje aan boord heeft aan het werk. Onderweg heb ik hoopvol gespeurd naar walvissen, maar al wat ik zag waren dolfijnen en die in ruime mate.

In de voorhaven van São Jorge kon ik met zorgvuldig inparkeren nog een ankerplekje tussen twee andere boten innemen, op krappe afstand van een kanjer van een rots onder water. Zo heb ik twee nachten geslapen, maar het zat me toch niet lekker, temeer dat het hier geen zandbodem is, maar een bodem met allemaal keien. De ankerketting rammelt dan onheilspellend als de boot van positie verandert op een windshift. Nu is er meer ruimte gekomen en heb ik een betere plek ingenomen.
Het bevalt me hier in Velas. De hele nacht kun je hier de Cory’s Peilstormvogels horen die overdag op zee zitten, maar ‘s nachts hun kolonie op de rotswand bezoeken. Dat bevalt me beter dan de muziek van de feestweek in Angra. Velas is meer een dorp dan een stadje, met een gezellig dorpsplein. Vlak naast het dorp verrijst een heuvel met daarin een ingestorte krater – een prachtig natuurgebied met spectaculaire kliffen. Bij helder weer kun je op het naburige eiland Pico de gelijknamige vulkaan zien, die de hoogste berg van Portugal is. Dat doet me denken aan mijn favoriete eiland La Gomera, waar je bij helder weer uitzicht hebt op de Teide op Tenerife, de hoogste berg van Spanje.

Goed dat ik een andere plek heb opgezocht. Hier is voor de komende dagen weer genoeg te verkennen.

Wennen op de Azoren

Toen ik op de Kaapverdische eilanden aankwam miste ik de kleur en levendigheid van Afrika. Toen ik Suriname naderde miste ik bij voorbaat al de rust van de oceaan. In de Caraïben miste ik de authenticiteit van de eerder bezochte niet-toeristische landen. Maar hier op de Azoren mis ik, sterker dan al het voorgaande missen, de zon en warmte van de tropen. Daar kwam ik onderweg al achter, met een watertemperatuur die in drie weken daalde van 26 naar 15 graden en bewolking die ook in hogedrukgebieden vaak de zon afschermde. Nu doe ik zelfs ‘s ochtends de kachel weer even aan als het bij het ontwaken 14 graden is in de kajuit.

Misschien is het beeld wat vertekend, want de mensen hier klagen ook dat de zomer op zich laat wachten, al geloven ze dat die nu toch echt gaat komen. Overdag komt de temperatuur al voorzichtig in de buurt van de 20 graden, bij een frisse wind. Ook aan het landschap is goed te zien dat het hier gemiddeld genomen altijd wel koel en vochtig is. Het agrarisch landschap doet met zijn sappige gras en met keien ommuurde perceeltjes eerder Schots of Iers aan dan zuidelijk. De bergen hebben ook een Schots uiterlijk met hun muts van heide (dat het ook wel boomheide is van soms 3 meter hoog zie je op een afstand niet :-).  Kort samengevat is het hier Atlantisch en niet Mediterraan, ook al ligt het ter hoogte van Lissabon.
Zoals je hoort had ik er wel wat tijd voor nodig om er aan te wennen dat ik weg ben uit zuidelijke sferen. Nu ik hier bijna twee weken ben en de tropische warmte uit mijn geheugen begint weg te lekken, raak ik geacclimatiseerd en ga ik de Azoren steeds meer waarderen.

De natuur van de Azoren heeft zich veel langer ongestoord kunnen ontwikkelen dan op het vasteland van Europa. Pas rond 1500 hebben zich mensen hier gevestigd, die in een paar eeuwen het landschap compleet hebben veranderd, waardoor nogal wat inheemse plant- en diersoorten zijn uitgestorven. Met Europese landbouwsubsidies is zelfs in de laatste decennia nog natuurgebied omgevormd tot landbouwgrond. (Er zit nog altijd te veel geld in de Europese landbouwbegroting, maar dat terzijde. Dat daarmee in Griekenland olijfgaarden zijn omgevormd tot maïsland is iets wat ook zo spijtig is).
Het resulterende landschap is echter bijzonder fotogeniek. Door het bergachtige landschap zijn er prachtige vergezichten op de graslanden die zijn geperceleerd met keienmuren, waarop en waarlangs vaak Hortensia’s groeien. Meestal is de zee dan te zien op de achtergrond of anders wel de bergtoppen met hun heide-achtige begroeiing.

Als je de eilanden vanuit zee nadert is het eerst wat opvalt de steile en ontoegankelijke klifkust. Aan land gaan kun je op de meeste plekken vergeten, maar gelukkig zijn er een aantal natuurlijke havens die tegenwoordig zijn uitgebreid met havenfaciliteiten. Deze klifkust is het broedgebied van zeevogels zoals Cory’s pijlstormvogel. Deze vogel maakt bij het broedgebied in het donker een beangstigend geluid (klik op de link). Op Flores wisten we de eerste avond niet wat ons overkwam toen we naast een kolonie Cory’s Pijlstormvogels geankerd bleken te zijn. Toen Portugezen het geluid voor het eerst hoorden hebben ze voor de zekerheid eerst maar een paar slaven aan land gezet om te zien of die de boze geesten zouden overleven… Nu er door de mens zoogdieren zoals ratten en wezels naar de eilanden zijn gebracht, zijn er veel minder broedkolonies en zijn ze teruggetrokken tot de meest ontoegankelijke plekken zoals rotsformaties voor de kust.

Tussen de klifkust en de bergtoppen is het land in cultuur gebracht als weidegrond. De graslanden bestaan niet zoals in Nederland uit monotoon Engels Raaigras, maar zijn gevarieerd en kruidenrijk, ongeveer zoals in de 70-er jaren nog in Nederland het geval was (en de meesten van jullie vergeten zijn). De wegbermen en restanten bos zijn nog interessanter. Voor de Europese florist is het hier een feest van herkenning, want veel plantensoorten hier kennen we ook uit noordwest Europa en daarnaast en daartussen staan toch zoveel onbekende soorten dat het spannend is. Dat zoveel bekend lijkt, is niet zo gek als je bedenkt dat twee derde van de ca. 1300 plantensoorten hier door de mens naar toe is gebracht. Daarbij ontspoort er regelmatig wat. De Siergember (Hedychium gardnerianum) uit de Himalaya heeft veel bossen en keienmuurtjes volledig overwoekerd. De autochtone flora staat zwaar onder druk van al die immigranten.

De bossen waren meestal als hakhout geëxploiteerd. Die hakhoutcultuur lijkt tegenwoordig niet meer in gebruik, zodat het bos weer de hoogte in schiet, maar nog wel uniform van leeftijdsopbouw is. Ook zijn er boomplantages van Eucaplyptus en Japanse Ceder, waar de natuurlijke struikondergroei zijn best doet om de zaak weer over te nemen. Op minder vruchtbare plaatsen staat struikgewas van boomheide en een soort Gagel (Myrica faya). Deze laatste soort, die hier inheems is, overwoekert op Hawaï weer de inheemse flora. Eilanden met een flora die zich in isolement heeft ontwikkeld zijn extra kwetsbaar voor flora- en fauna-immigranten.

Soms is het jammer dat je bioloog bent, want ondanks de problematiek van flora en fauna is het landschap van een overweldigende schoonheid. Voor de steden en dorpen is dat minder het geval. Op Flores was duidelijk geen rijkdom om fraaie gebouwen neer te zetten, ook al heeft de walvisvangst bijzondere sporen nagelaten. Horta op Faial is al veel meer een stad, maar ook nog betrekkelijk saai. Angra de Heroismo op Terceira, waar ik nu ben, is tot nu toe het meest levendige en zelfs wat mediterraan (jawel!) aandoende stadje met een levendige, gezellige sfeer, veel terrasjes en een prachtig park.
Over Horta moet ik wel vermelden dat dit voor wereldzeilers HET Atlantische ontmoetingspunt is, met muurschilderingen van bezoekende schepen op elk vrij plekje kademuur en met café Peter Sport, dat je als zeiler niet gemist mag hebben. Het is net zo’n trekpleister als de pub Butt And Oyster in Pin Mill is voor de Noordzeezeilers (voor de landrotten: dit is aan het getijdenriviertje de Orwell dat bij Harwich in zee komt). Peter Sport is trouwens wel commerciëler, met zelfs winkeldependances op de andere eilanden, waar ze T-shirts e.d. verkopen.

Met deze indrukken van de Azoren zou ik bijna vergeten te vermelden wat wij nou gedaan hebben. Op Flores hebben we ons een dag verveeld toen het 24 uur regende, maar daarna hebben we het meer dan goed gemaakt door twee dagen een auto te huren en een groot deel van het eiland te verkennen. Door de overvloedige regenval van de vorige dag waren de watervallen, die vanaf het centrale hoogland naar beneden vielen, spectaculair. Het is op Flores erg mooi wandelen, maar na de regen was het uitkijken geblazen voor modder en gladheid. Als je bedenkt dat veel wandelpaden vroeger verbindingswegen waren, vóór de tijd van de asfaltwegen, dan besef je hoe geïsoleerd de dorpelingen vroeger waren.
Van Flores naar het volgende eiland Faial is het zo’n 130 mijl, zodat het een nacht doorvaren is. PotvisWe zijn vertrokken met een zwak windje. Al zeilend levert dat niet alleen een welkom ouwe-lullen-tochtje op, maar dan zijn de omstandigheden om walvissen te spotten ook ideaal. En jawel, we hebben een paar potvisruggen boven water gezien en ademfonteinen, maar dan wel op een paar honderd meter afstand. De dolfijnen zijn minder verlegen. Die kwamen regelmatig rond de boot hun zwemkunst vertonen.
In Horta op Faial vielen we met onze neus in de boter, want de president van Portugal kwam op bezoek en alle eilandbewoners, inclusief de toeristen, werden uitgenodigd voor een traditionele Pinkstermaaltijd op tweede Pinksterdag. Dat lieten we ons geen twee keer zeggen. Wat we al ontdekt meenden te hebben kwam weer uit: op de Azoren houden ze vooral van véél vlees. Mijn tafelbuurman vertelde enthousiast dat er 6 koeien in de maaltijd verwerkt waren. Bijzonder om mee te maken, maar niet vanwege de exquisiteit van de maaltijd.
Tjitte moest in Horta helaas afhaken, zodat Bart en ik samen de laatste trajecten hebben gevaren. Horta hebben we enigzins overhaast verlaten omdat er een diepe depressie op komst was die volgens de voorspelling in windstoten 45 knopen wind zou opleveren. Achteraf viel het mee, maar we wilden die wel vóór zijn. Het traject naar Terceira hebben we in tweeën geknipt door eerst een tochtje van 20 mijl naar Velas op São Jorge. Het haventje van Velas is krap maar mooi gelegen onderaan een klifwand waar Cory’s Pijlstormvogels ‘s avonds de sfeer weer bepaalden tot plezier van ons en de bemanning op de Enjoyster, die ons uitgenodigd had voor de borrel.
Ook hier waren we graag wat langer gebleven, maar we wilden ruim voor de storm op Terceira zijn, dus de volgende dag ging het weer verder. Deze 50 mijl was voor Bart het laatste tochtje hier op zee, dus de verwachtingen voor het walvisspotten waren hoog gespannen. Helaas moesten we ons tevreden stellen met dolfijnen. Waar je in de Noordzee dolblij van wordt is hier een teleurstelling. Wat is alles toch relatief… O, we zijn gewoon verwend? Ik geloof dat je gelijk hebt.
Op Terceira hebben we wederom een auto gehuurd en hebben prachtige wandelingen gemaakt langs werkelijk spectaculaire kusten. Hoger op het eiland hing de vaak voorkomende mist, zodat dat voor later  bewaard is.

En nu ben ik voor het eerst sinds een kleine twee maanden weer alleen op de boot. Ik weet inmiddels dat ik dan eerst lui wordt om alle indrukken te laten bezinken. Even niet er opuit, maar tussen het lui zijn klusjes doen. De was doen; nieuwe gasfles regelen; boot ontzouten, schoonmaken en opruimen; achterstallige mails beantwoorden; blog schrijven; router weer werkend krijgen en als beloning Netflix kunnen kijken; door het stadje scharrelen; dat soort werk. Er zijn beslist slechtere plekken om zo bezig te zijn. Vanaf woensdag ga ik twee weken “op vakantie” naar Nederland en volgt er op de blog een poosje radiostilte. Daarna pak ik op de Azoren weer de draad op, want hier blijf ik tot eind juli of begin augustus.

Op de Azoren

[ auteur: Bart van der Ree ]

Vanochtend om half zes hebben we na bijna drie weken zeilen ons anker uitgegooid. En wel net buiten de haven van Flores, het meest westelijke eiland van de Azoren en het meest westelijke puntje van Europa. Nadat wat bijslapen zijn we de wal op gegaan – ik, Bart, liep alsof ik flink dronken was! En dat terwijl ik in de tweede helft van mijn veertigjarige zeilcarrière dat gevoel volledig kwijt was geraakt. Maar na drie weken, 4000 km en vier tijdzones klotsen, zwalkte ik met zeebenen over de straten. Bizar! Na een wijntje bij de lunch ging het al beter. Tjitte en Marti hadden er overigens geen last van.
We hebben het dorpje Lajes bekeken en vervolgens ingecheckt bij de haven, wat opgeruimd aan de boot, gedouched (aan boord want aan de wal zijn er alleen wrakke koude douches!), gegeten en dat was het alweer voor vandaag. Vooral beleven hoe het is om weer in de gewone wereld terug te komen. In het restaurantje waar we onze lunch hadden zaten we echt te wennen aan de veelheid van indrukken, na al die leegte! Overigens hebben we gisteren walvissen gezien, eerst echt ruggen die zichtbaar bovenkwamen, daarna nog een paar pluimpjes van hun adem. Dat zag er echt uit zoals ik me dat voorstelde. Bijzonder.
Morgen wordt heel veel regen verwacht, dus we kunnen dan maar beperkt de toerist uithangen. Maar we hebben al een huurauto geregeld voor donderdag, dan gaan we het eiland beter bekijken en vooral het hoogland met de kratermeertjes. We willen dan vrijdag of zaterdag door naar Faial. Daar hopen we wat mee te pakken van de Pinkstervieringen, die volgens ons boekje nergens ter wereld zo uitgebreid zijn als op de Azoren.
Een nieuwe fase is aangebroken!

Spelletje met de wind

Het spelletje met windstiltes en depressies maakt de oceaanoversteek van de Caraïben naar de Azoren een heel wat lastiger puzzel dan de ‘milk-run’ van de Kaapverdische eilanden naar de Caraïben. Zeker dit jaar. Mijn pilot zegt dat bij de Azoren de kans op meer dan 30 knopen wind in mei/juni slechts 1% is. Maar tijdens onze overtocht zijn er toch twee zulke depressies over de Azoren getrokken. We zagen ze aankomen op de gribfiles en voor ons was dat reden om zuidelijk van de 35e breedtegraad te blijven, 200 mijl zuidelijker dan de breedtegraad van de Azoren. Daar krijg je nog wel een veeg mee van de depressie, maar de hardste wind mis je. Die tactiek heeft goed gewerkt. Vrijdag was een dag met veel wind, of eigenlijk begon dat donderdagavond al. De depressie trok met ruim 40 knopen wind over de Azoren en bij ons bleef de wind beperkt tot een aantal uren rond de 28 knopen (windkracht 6-7). Met ruime wind en 3 reven is dat goed te doen. De golven en vooral de oceaandeining leverden weer een fraai schouwspel. Zo zie je ze op de Noordzee niet.
Maar als wind en zee dan weer kalmeren is het extra fijn om een rustig dagje te hebben. Dat was ons gisteren gegund, met bovendien een aangenaam zonnetje en een paar showtjes van dolfijnen.

De wind van nu maakt een koers naar het meest westelijke eiland Flores aantrekkelijker dan naar Horta op Faial. Bovendien ligt dat zo’n 70 mijl dichterbij, waardoor we dinsdagochtend al kunnen aankomen. De pilot schrijft over Flores “it must be among the loveliest places in the world”, en zoiets kun je natuurlijk niet links laten liggen als je tijd genoeg hebt.
Op naar Flores dus. En later in de week alsnog naar Horta.

Zondag 28 mei. Positie: 36°51 N, 34°20 W. Nog 213 mijl naar Flores.

Uitrusten en vis

Hier opstapper Bart weer. Tot gistermorgen hadden we een paar dagen lang een lekker stevig windje kracht 6 tot 7. Dat schoot enorm op: we zijn nu op 70% van de tocht. Aan de andere kant is het dan ook weer fijn wanneer de wind afneemt. Gisteren gebeurde dat… eindelijk weer in de kuip een boekje lezen zonder dat je flatsen zeewater over je heen krijgt (de e-reader van Tjitte begaf het bijna maar is toch weer tot leven gewekt). En eindelijk weer koken, je verplaatsen, het toilet bezoeken, een kopje thee drinken zonder dat je je stevig vast moet houden tegen de rollers en schuivers die de boot maakt. En eindelijk weer een douche! Dat wil zeggen: achter in de kuip, met emmers zeewater dat ondertussen nog maar 16-17 graden is. Toch een heerlijke opfrisser.
En weer de hengel uit, en we vingen weer een mooie vis rond half vijf in de middag, precies het moment waarop ik nadacht wat te koken vanavond. Dat werd dus kakelverse gebakken Bonito (het was een soort tonijn, weer ongeveer een halve meter lang) met zilvervliesrijst en de laatste helft verse kool. Heerlijk! Vanavond maakt Marti de andere helft klaar.
De nachten worden ondertussen echt fris, zeker als je net uit je slaap komt. Laagjes aantrekken dus, en vannacht heb ik voor het eerst een muts opgezet. De luchten blijven overdag prachtig, helder, blauw met wit. In de nacht geweldige sterrenhemels met een Melkweg die zo fel oplicht dat je het bijna niet gelooft. De maan is ondertussen helemaal weg dus de sterren en planeten hebben vrij spel. Er is tijd om een paar nieuwe sterrenbeelden te leren die je normaal in Nederland niet ziet. En om met een muziekje op de koptelefoon om me heen te turen. Heerlijk allemaal.
Hoe lang nog? 650 mijl, dat kan in een dag of vijf maar het kan net zo goed twee keer zo lang worden. Marti haalt 1-2 maal per dag een nieuwe GRIB-file binnen met weersverwachtingen, en we laveren een beetje door tussen windstiltegebieden en uitlopers van depressies. Die natuurlijk ook allemaal bewegen, dus dat is een puzzeltje. Daarbij blijven we natuurlijk aan de veilige kant, dus liever te weinig wind dan te veel – en dat laatste wordt ook niet verwacht.

Donderdag 25 mei. Positie: 34°54′ N, 41°27′ W.

Golven

GolvenIk zou jullie graag mee willen laten kijken naar het schouwspel. Golven van een meter of vijf, met witte toppen verlicht door de zon, glijden langs en onder de boot door. Nu eens zit je op een top hoger dan de hele omgeving en dan vraag je je af hoe de afdaling zal gaan. Kort daarna kijk je omhoog naar een muur van water die op je afkomt. De Arcadia heeft er echter geen moeite mee en glijdt er soepel doorheen op een ruime koers. Een schitterend schouwspel. Een enkele keer heeft een golf het echter zo uitgekiend dat hij net bij de boot de golftop krult en een paar flinke emmers water over de boot gooit. Of soms in de kuip. En één keer zelfs door de kajuitopening naar binnen. Dat was maar één liter, maar gooi dat maar eens over de vloer, dan lijkt het heel wat meer. Dweilen dus. De dekluiken heb ik deze keer dichtgeplakt met tape en dat lijkt te helpen.
Deze golven komen van een depressie waarvan de kern ruim 600 mijl ten noorden van ons ligt. Volgens de gribfile waait het bij ons maar 22 knopen. Dat klopt een deel van de tijd. Maar nu hebben we al een hele tijd 25-30. Windkracht 6 tot 7 dus. De golven zijn in het noorden echter opgewekt onder windkracht 8 of 9 en dat levert ons dit schouwspel op. Om rust in de boot te brengen hebben we gisteravond al het derde rif gezet, maar de boot loopt er niet minder snel om: vijf of zes knopen helling-op en 9 knopen helling-af, gemiddeld ruim 7 dus. De afgelopen 24 uur hebben we een dikke 160 mijl afgelegd, terwijl we gisterochtend nog motorden om uit de hoge druk weg te komen. De depressie trekt weg naar het oosten en daardoor neemt vanavond de wind weer wat af. Maar we blijven ook morgen goede wind houden, zodat we eindelijk eens flink opschieten.
Wat me echter helemaal niet bevalt is dat het gevoelig kouder wordt. Ik zal wel verwend zijn ondertussen, maar een watertemperatuur van 18 graden is toch echt 8 graden minder dan in de Caraïben en dat voel je. De ‘vloerverwarming’ is dus uit, waardoor het ‘s nachts gewoon fris is. Ik ga vanmiddag het dekbed weer in het hoeslaken stoppen.

Ik wil op deze plaats mijn waardering uitspreken voor de stuurautomaat. Zonder hem had dit stukje niet geschreven kunnen worden. Gistermiddag en bijna de hele nacht heeft het geregend, maar hij heeft geen kik gegeven en ons braaf door de steeds hoger wordende golven gestuurd en hij doet dat nog steeds. Hulde.

Maandag 22 mei. Positie 34°05 N, 48°44 W. Nog 1006 mijl naar Horta.

Stoere namen, vis en rust

[ auteur: Bart van der Ree ]

Hier weer opstapper Bart. De afgelopen dagen waren erg rustig, eigenlijk wat te rustig omdat onze voortgang ook minder is dan we zouden willen. De afgelopen nacht hebben we een flink deel van de nacht met klapperende zeilen stilgelegen. Maar op een gegeven moment komt er weer een zacht windje waarop de boot net een paar knopen vaart maakt. We zijn GRIB-bestanden aan het bekijken en proberen een koers te bepalen die ons meer wind geeft – maar ook weer niet teveel, natuurlijk. In ieder geval ziet het wat dat laatste betreft er goed uit: geen stormen of diepe depressies in ons gebied.

Eergisteren hebben we dan eindelijk onze eerste vis gevangen! Ik had de hengel uitgegooid (met zo’n plastic aasvisje met allemaal haken eraan) maar lag een tukje te doen toen hij hapte. Tjitte heeft hem gedood en Marti heeft hem schoongemaakt. Een beetje een overwinning voor ons alle drie dus, maar vooral voor hen. De vis zag er een beetje uit als het plaatje van een ‘horsmakreel’ in een boekje van Marti, maar was kleiner (circa 50 centimeter lang), had deels andere vinnen en smaakte in ieder geval ook niet naar makreel. Lekker was hij wel: twee avonden zelfgebakken verse vis gegeten, heerlijk en bevredigend. Overigens: de verse groente is nu bijna op, maar we hebben nog een hele kast vol met blikgroente en ander blikvoer, naast natuurlijk die andere kast vol pasta, rijst, couscous en aardappelpuree. Het verse brood is nog steeds niet op: op Sint Maarten hadden we, een flink aantal roggebroden gekocht die smaken als Duits brood en ook net zo lang houdbaar zijn. Daarmee kunne
n we
nog wel een weekje toe voordat we aan het knäckebröd etcetera moeten.

Helaas, de walvissen hebben zich nog niet laten zien! Nog wel kort een paar dolfijnen en dorades. En allerlei andere dieren met vaak mooie zilte namen. Op Sint Maarten waren er al prachtige fregatvogels, maar we zien nu nog steeds regelmatig vogels om ons heen: stormvogels, keerkringvogels, meeuwen en gisteren een stern die een paar uur boven de boot bleef hangen. In het water zien we Portugese oorlogsschepen (kwal-achtige wezens met onder water lange, gevaarlijk giftige draden, dus uitkijken bij het zwemmen) en af en toe vinden we een vliegende vis op dek.
Af en toe vaart een schip op afstand voorbij, verder is de zee leeg. In de lucht wel altijd wolken, vooral schapenwolkjes, die het uitzicht mooi en afwisselend maken.

Het wordt allengs minder warm, in de nacht moeten we steeds meer echte kleren aan in plaats van shirt plus zwembroek. We lezen veel, babbelen en praten, zwemmen soms als er weinig wind is, koken (Marti ook lekker!), wassen af en slapen, en de dagen gaan heel rustig voorbij. Gezien onze voortgang (nog 1240 mijl te gaan) zij we voorlopig nog wel even onderweg. Maar het is allemaal heel ontspannend zo.

Zaterdag 20 mei. Positie: 30°59 N, 52°08 W

Wisselvallig en kouder

Het is 1 uur ‘s nachts. De sterrenhemel is nog briljant, maar die zal spoedig verbleken want de maan is zojuist in rode gloed boven de horizon uitgekomen. Vorige week vertrokken we met volle maan en hadden we de hele nacht maanlicht. Nu is hij nog maar half en begint de nacht donker en als we geluk hebben met een sterrenhemel. Ook in de boeggolf komen flonkerende lichtjes langs van de Zeevonk.
Zo ‘s nachts in de kuip is het fris. Voor het eerst sinds ik weet niet hoe lang heb ik weer een lange broek en een trui aan. Het zeewater is 5 graden kouder dan bij vertrek, nog “maar” 21 graden. We zijn dan ook al ruim op één derde van de tocht; nog 1380 mijl naar de Azoren. We lopen nu met een matig vaartje want de wind is ingezakt tot 7 knopen. Dat we toch nog 4 knopen lopen komt omdat de zee mooi vlak is zodat het zeil maar weinig klappert. Een op de deining klapperend zeil doet helaas weinig voor de voortstuwing.
De afgelopen dagen zijn we goed opgeschoten. De snelheid was vaak 6 knopen of meer, met een grootste dagafstand van 159 mijl. Dat is wel wat anders dan de 50 mijl van dag vier. Omdat het buiïg was varieerde de wind. Dus rif er in, rif er uit, rif er weer in, tweede rif er in, tweede rif er weer uit, eerste rif er uit, etc., en dat juist vaak in de regen. Dinsdag en woensdag heeft het geloof ik wel 20 uur achter elkaar geregend en gemiezerd. Het leek Nederland wel, hoewel ik hoorde dat jullie juist een mooie zomerse dag hadden. Het zij jullie gegund.
Verder valt er niet zo veel te verhalen. De vissen willen niet bijten of ze zijn zo groot dat de lijn breekt. Een filter met koffiedrab die van de thermoskan afvalt geeft best veel troep. Dat soort zaken waar je geen dag mee kunt vullen. Maar we lezen alledrie graag en veel. Bart en Tjitte koken lekker en ik doe mijn best. De verse groente is nu op, op één kool na.
Verder houden we ons bezig met de route. Tussen New York en de Azoren lijken zich wat depressies te gaan ontwikkelen die we willen vermijden. We blijven dan ook onder de 35e breedtegraad tot de kust veilig is. Dat is trouwens nog 400 mijl noordelijker dan onze huidige positie. De komende dagen staan juist in het teken van weinig wind. We hopen daarom op een kalme zee, net als nu, zodat we de boot toch aan het lopen kunnen houden.

Donderdag 18 mei. Positie: 28°32 N, 53°35 W

Rustige dagen

[ auteur: Bart van der Ree ]

Weer een kleine bijdrage van Bart. We hebben een paar heerlijke, rustige en voorspoedige dagen achter de rug. Windkracht drie halve wind dus een flinke bootsnelheid, terwijl de golven rustig zijn. De afgelopen dagen flink veel zon, toch nog mijn rug verbrand… Maar gisteren was het bewolkter en vandaag krijgen we weer wat onweersbuien over ons heen. Dat betekent reven en zo, en de regen betekent dat we wat meer binnen zitten, met natuurlijk regelmatig een blik op de horizon en op de AIS om te zien of er schepen aan komen. Dat gebeurt soms meer dan een dag niet, maar vanochtend hadden we er maar liefst twee…
Het bliksemt soms dichtbij maar meestal niet. Zoals weermannen die ook zeiler zijn ons ook vertellen: van onweersbuien moet je als zeiler vooral de wind vrezen, de kans op blikseminslag is heel klein.
Verder weinig te melden. We lezen wat af en we babbelen wat af. De hengel haalt op dit moment niets binnen, maar wie weet. Af en toe draait een meeuw rondjes om ons heen maar durft niet op de boot te landen, af en toe ligt er een vliegende vis op het dek.
Vanochtend hebben we ons allemaal even schoongespoeld in de regen, drie naakte mannen in de kuip, daarna voelden de kleren weer veel minder plakkerig. Al met al heerlijk om zo tot rust te komen en de mooie leegte in alle kleuren te ervaren.

Positie: 26°34N 56°32W; 1574 mijl tot Horta; dinsdag 16 mei 11:30u LT

Vanuit een ander perspectief

Dit is opstapper Bart van der Ree, nu op zo’n 400 mijl vanaf Sint Maarten. De blogs van Marti geven natuurlijk een goed beeld, maar hierbij wat dingen in mijn eigen woorden.
Ik heb daarmee geen ervaring, maar volgens mij hebben we in de eerste dagen van onze tocht rijkelijk veel regen gehad naar de maatstaven van de Carieb. De onweersbui van donderdag bracht ook vlagen van 36 knopen (windkracht 8) mee, plus natuurlijk de nodige golven, en het was goed te zien dat dat allemaal prima te handelen was voor Arcadia en de bemanning, met niet meer ongemak dan vochtige klamme zaken in de kajuit en zo. En dat droogde gisteren alweer snel op: bijna windstil en wisselend bewolkt. We zijn daarna in een windstiltegebied terecht gekomen dat tot vandaag en waarschijnlijk tot morgen voortduurt. Dat volgens de weerbestanden (GRIB-files voor de techneuten) die we binnen kunnen halen. Dat is saai, en op de oceaan duurt het lang voordat de golven minder worden, dus je ligt dan urenlang stil met klapperende zeilen. Vandaag hebben we de motor voor een paar uurtjes aangehad, om (ondanks de zonnepanelen) stroom bij te maken en tegelijk wat voortgang te boeken. Het jamm
ere van
de windstilte is vooral dat het heel langzaam gaat, maar na zondag zou het beter moeten gaan. De andere kant is dat het mooi weer en lekker rustig is. De grote golven zijn weg, wat overblijft is die lange lome deining van de oceaan, die je binnen in de boot eigenlijk niet eens voelt.
Wat zijn de belevingen op zo’n dag: gisteren een kwartiertje dolfijnen om de boot – leuk! En een paar prachtige, 1 meter lange felblauwe vissen met felgele vinnen die een tijdje langs de boot zwemmen. We hebben geen idee wat het zijn. Nu en dan een vogel: kleine stormvogels, meeuwen. Er blijken vogels te bestaan die gewoon maandenlang op de oceaan leven. En, een halve dag later: een van die blauwe vissen aan de hengel, die Marti had uitgegooid! Na een kwartiertje vechten met de vis hadden we hem bijna binnen, maar toen brak toch de lijn. Gemengd gevoel: we hadden hem liever opgegeten dan met zo’n haak in de bek laten doorzwemmen. Maar hij was eigenlijk ook te mooi om uit het water te halen. Vandaag minder dieren maar wel heerlijk zwemmen in de oceaan die hier volgens de kaart ‘tussen 5 en 11 kilometer diep’ is.Daarnaast heel veel prachtige wolkenpartijen, heel diep azuurblauw water, zonsopkomsten, zonsondergangen enzovoorts. Vanochtend om 4 uur kwam Venus op, die zie je vanaf
de
horizon opkomen en in het water schitteren. Ongelooflijke helderheid van alles. Prachtig allemaal.

De sfeer is prima aan boord. We leren elkaar kennen, de sfeer is behulpzaam en we brengen alle drie kennis en ervaring in. Tussen de gewone gesprekken door komen ook diepere gesprekken.
De wachten die we draaien zijn: tussen 20 en 24 uur Tjitte, tussen 0 en 4 uur Marti (hij wilde in het midden om beter controle te houden) en tussen 4 en 8 uur ik. Tjitte en ik hadden ook omgewisseld kunnen zijn, maar ik gaf aan dat ik wel een lichte voorkeur voor de zonsopgangen had en dat was prima. Overdag is er geen schema. We eten overdag samen op vrij normale tijden.

Nog minder dan 2000 mijl te gaan! Na alle regen vind ik deze rustige dagen niet erg maar het mag binnenkort wel meer worden. We gaan het zien.