Nog één dagje varen

Eindelijk hebben we er volledig vrede mee dat we met 6 knopen wind een snelheid van amper 2 knoop door het water bereiken. Met nog eens anderhalve knoop mee van de ” Guiana current” zitten we op 3,5 knoop bootsnelheid en daarmee komen we precies in de ochtendschemering morgen bij de aanloopton van de Surinamerivier. Als we sneller zouden varen zouden we moeten vertragen omdat we niet in het donker de rivier op willen.
Je leest in reisverslagen wel dat men tegen de aankomst opziet omdat dan de hectiek van het landleven zich weer aandient met zijn hectiek en de onzekerheden van het onbekende. Ik begrijp nu precies wat ze bedoelen. Tegelijkertijd fantaseren we aan boord over de lekkernijen die we daar gaan eten en over aanlokkelijke activiteiten. Deze medaille heeft twee kanten en aangezien we sowieso niet eeuwig kunnen doorzeilen focussen we graag op de verleiding van het aankomen, de een nog wat meer dan de ander. Hoe jonger, des te groter de focus op de aankomst, lijkt het. We zijn het er in elk geval over eens dat we de overtocht in uitstekende harmonie hebben gedaan. En aan de Arcadia is niets kapot gegaan, ook iets om te memoreren. Je hoort het, in onze beleving zijn we er al.

Vanochtend zag ik bij het baadritueel, hangend aan het zwemtrapje, tot mijn stomme verbazing dat de boot gereinigd was van eendenmossels. Die krengen had ik al een keer met een plamuurmes afgestoken maar een week later zaten er al weer volop nieuwe van 3 cm groot. Tot vandaag; weg zijn ze plotseling. Al snel zag ik onze helpers, die nog steeds bezig waren de laatste restanten op te ruimen: slanke vissen van een centimeter of 30, met een ogenschijnlijk tegennatuurlijke witte bovenkant en donkere onderkant. Hartelijk dank helpers!
Ze bleken niet alleen belangstelling te hebben voor eendenmossels, maar ook voor alles wat we overboord gooiden. Ondankbaar voor hun goede werk, was de verleiding voor ons erg groot om iets met een haakje er in een en lijntje er aan overboord te gooien. Dat ging net als in een forellenvijver: ingooien en ophalen. Het bleek zo’n vis te zijn met een zuignap op de kop die zich door grote vissen of walvissen mee laat slepen en leeft van de kruimels van diens maaltijd. Ze zwemmen veel op hun kop en tonen dan die vreemde kleurtekening. Hij zag er zo gratig uit dat hem de vrijheid weer werd geschonken.
Zo beleef je na twee weken op zee toch nog weer wat nieuws.

Met spinnakervaren ben ik niet vertrouwd, maar er ligt al die tijd wel zo’n ding in de voorpunt. Gisteren kwamen we op het idee om het maar eens te proberen. Met enige ervaring van Mike, aangevuld met instructies uit een boek togen we aan de slag en het lukte wonderwel. Urenlang heeft het ding ons voortgetrokken. Wat alleen teleurstelde is dat we er niet meer dan een halve knoop snelheidswinst mee boekten. Eens te meer constateerde ik dat het standaard tuig van de Arcadia goed presteert.
Zoals gezegd, vandaag willen we niet eens snel, zelfs de fok mag opgerold blijven. Nog 60 mijl tot de aanloopton. We zijn er bijna.

Gribfiles

Waarschuwing: vandaag een zeiltechnisch bericht.

Gribfiles spelen een belangrijke rol in onze dagelijkse routine. Het zijn sterk gecomprimeerde bestandjes met in een matrix de uitkomsten van weermodellen, die je met een ‘gribfile viewer’ in een kaartbeeld weer kunt geven. Elke dag, of tenminste elke twee dagen, haal ik via mail door de satelliettelefoon een gribfile binnen, met de windverwachting in ons vaargebied voor de komende dagen. Hardstikke handig, tenminste als we er enigszins van op aan zouden kunnen. Dat blijkt echter vaker niet dan wel het geval te zijn. In het begin van de oversteek verhaalde ik al over een ruig stuk varen, terwijl er nauwelijks wind verwacht werd. Vandaag weer een mooi voorbeeld. Gisteren kwamen we de hele dag amper vooruit (soms gingen we, achteruit door tegenstroom) en volgens de gribfile, die nota bene redelijke wind voorspeld had, zou de wind in de nacht wegvallen. Maar vannacht kregen we en uur lang 30 knopen wind (windkracht 7). Ik hield het voor een kortdurende bui, maar het bleef 6 uur
lang
boven de 20 knopen waaien. Nu, 9 uur later, hebben we nog steeds een heel mooie wind van 16 knopen, terwijl de verwachting spreekt over nauwelijks wind. Minder extreem dan dit vinden we eigenlijk elke dag dat er weinig klopt van de gribfiles, terwijl we dat in Nederland zo anders gewend zijn.

In Nederland hebben de meteorologen verschillende weermodellen tot hun beschikking, van min of meer grofschalige mondiale modellen tot gedetailleerde modellen van Europa. De dichtheid van waarnemingsstations is zo groot dat ook de meest gedetailleerde modellen gevoed kunnen worden met meetgegevens. De uitkomsten zijn dan ook verbluffend goed waar het de wind betreft. Zonneschijn en de beruchte bui hier, in plaats van daar, blijven lastig.
Hoe anders is het midden op de oceaan. Daar zijn meetgegevens schaars en zijn alleen grofschalige modellen, zoals het wereldomspannende GFS, beschikbaar. Toch geven de gribfiles uitkomsten in een matrix van 1 graad of desgewenst zelfs 0,5 graad, want dat is het niveau waarop gerekend wordt. Grootschalige patronen zijn daarmee wel te vangen. Een serieuze storm zul je vast wel aan kunnen zien komen, maar het verschil tussen lekkere zeilwind en te weinig wind of een dikke wind is kennelijk beneden de nauwkeurigheid van het model, ver op de oceaan. In de Golf van Biskaje hadden we al gezien dat het nauwkeurige Franse model Arpège veel betere uitkomsten gaf dan GFS, zelfs bij hetzelfde schaalniveau. Waarschijnlijk gebruikt het detailmodel de uitkomsten van het grovere model voor een verdere verfijning.

Wat betekent dit nu voor ons? We blijven gribfiles binnen halen om gewaarschuwd te zijn als dat nodig is. Maar we laten ons niet meer leiden door verschillen van een knoop of 10 in de lagere regionen, terwijl die voor het zeilen heel relevant zijn. We weten dat die zelden uitkomen en we nemen het zoals het komt.

Nu lekker racen naar Paramaribo, voor zolang als het duurt.

Twee weken onderweg

Na twee dagen met goede wind waanden ons al bijna in Paramaribo, want met dagafstanden van 150 en 127 mijl is de verleiding groot om te gaan rekenen wanneer we aankomen. De 360 mijl die we nog te gaan hebben is immers maar een klein stukje vergeleken met de afstand die we achter ons hebben. We kregen zelfs al bezoek van een Witstaartkeerkringvogel, die alleen in de Caraïben broedt – een gezant van de nieuwe wereld. Dat was leuk.

Maar vandaag laat de wind ons alwéér in de streek. Zo langzamerhand word ik daar een beetje chagrijnig van. De hele dag geklapper van de zeilen en toch proberen er nog 2-3 knopen voortgang uit te persen. In het begin van de oversteek is dat makkelijker te accepteren dan wanneer de bestemming in een paar dagen met goede wind te bezeilen is. Nu lijkt het zelfs alsof de stroom-mee verandert is in een stroom-tegen. Dat kan er ook nog wel bij.

We krijgen behoefte aan lichaamsbeweging en aan afwisseling. Met veel plezier heb ik een aantal dikke boeken gelezen, o.a. de complete Millennium-trilogie van Stieg Larsson, zo’n 1500 pagina’s. Maar nu krijg ik behoefte aan meer zinvolle bezigheden. Volgende keer neem ik een cursus Spaans mee. Mike is uren in de weer met het compileren van filmpjes. Wim is elke dag uren aan het vissen en jawel, vandaag eten we voor de derde keer deze tocht verse vis. Ik houd me bezig met het zeilen, maar daar is weinig eer aan te behalen.
Zo nu en dan roep ik dat die walvissen nu wel kunnen komen, maar daar luisteren ze niet naar.

Eén voordeel van weinig wind is dat je lekker overboord kunt om je aan het zwemtrapje mee te laten slepen. Daarna even inzepen met zoutwaterzeep en nogmaals te water en je bent weer schoon. En met een halve liter zoet water uit de handdouche op het zwemplateau ook weer zoet. Bij hardere wind vallen we terug op het gebruik van een puts.

Met zout water blijk je ook uitstekend de afwas te kunnen doen, met normaal afwasmiddel. We spoelen niet zoet na, maar drogen de zoute vaat gewoon met een theedoek. Ik had verwacht dat de theedoek dan na een dag niet meer bruikbaar zou zijn, maar dat valt reuze mee: we hebben er pas drie verbruikt.

Elke dag komen we behalve westelijker ook ietsjes zuidelijker en elke dag wordt het ietsjes warmer. Zonder bimini (zonnetent) is het zelfs voor een zonaanbidder als ik ben niet meer uit te houden. Als we dan horen we dat het in Nederland de koudste november sinds tijden is, dan kunnen we ons daar nauwelijks iets bij voorstellen.

Positie: 7°53,8N 49°25,7W

Rituelen

[ auteur: Wim Salomons ]

Woensdag, 30 november 2016

Inmiddels zijn we 16 dagen onderweg en zo gaandeweg ontstaan er van die vaste gebruiken. De basis is koers, wind en stand van de zeilen. Daar houdt Marti zich mee bezig en wij assisteren. Maar neem vanmorgen: Ik ontwaak bij het ochtendgloren, dan is het spannend om in bed vast te stellen; hoe is de wind, hoe loopt de boot. Daar was vanmorgen niks mis mee, eindelijk een passaatwind in de rug, de Arcadia loopt 6 knp.
Opstaan en naar achter in de kuip, een puts zeewater over me heen, inzepen met zoutwaterzeep, 2 putsen zeewater om af te spoelen en daarna met de douchkop die in de achtersteven zit (luxe!) met beperkt zoetwater het zout afspoelen. Intussen is de zon krachtig genoeg om me in no time af te drogen. Broek aan en naar de kajuit om mijn ontbijt klaar te maken, müsli met melk en honing. Het is dan nog aangenaam in de kuip zonder zonnescherm. Tegen dat de musli op is reikt Marti me een kop thee aan.
Kijk, met zo’n start kan de dag al niet meer stuk.
Zeecruisepassagiers mogen soms bij de kapitein aan tafel schuiven, captain’s dinner. Wij hebben captain’s breakfast, captain’s lunch( met vandaag versgebakken brood als het Mike weer lukt) en captain’s dinner.
Een exclusief gebeuren, zo’n private cruise. Alleen de bingo, die missen we.

Zondagmiddagbespiegelingen

[ auteur: Wim Salomons ]

Zondag 27-11

Goed, mijlenvreten zit er niet in deze dagen, maar mijlenvreten is slechts een van de geneugten van onze oversteek.
Er is zoveel meer. Bv., als je met z’n drieën in een kleine ruimte tot elkaar veroordeeld bent kun je een hoop van elkaar leren. Neem zeewier, drijft regelmatig langs. Toen ik weer eens een bos wier van de vislijn plukte, wist Marti, bioloog, me te vertellen dat al die kleine bolletjes tussen het wier luchtbolletjes zijn waardoor het wier blijft drijven. Zonder bioloog aan boord had ik dat nooit geweten, net zomin als dat ik wist dat DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat bruinwier niet bij de plantenwereld hoort maar een geheel eigen soort is.
Mike is van huis uit boevenvanger maar behalve broodbakken en filmen kan hij boeiend vertellen over de technische kant van muziek. Ik had nog nooit van akkoordenleer gehoord. En mijn maten wisten weer niet dat het blik doperwten dat we opentrokken erwten bevatte die veel te dik en te droog waren. Zo had ik ze vroeger nooit kunnen afleveren, ze waren hoogstens geschikt voor erwtensoep.
Helemaal leuk wordt het als we een onverwachte gezamenlijke interesse ontdekken. Gisteravond in het stikdonker verbaasden we ons over de heldere Venus en discussieerden we over de snelheid waarmee Orion omhoog zou stijgen. Leerzame ervaring hoor, zo’n oversteek.

Sent from Iridium Mail & Web.

Vreemde observaties

Zaterdag, 26 november 2016. Positie 10°22N, 39°30W, halverwege, nog 965 mijl.

We gaan lang over deze overtocht doen. Onze snelheid is een knoop of drie, stroom mee en dat is al 50% méér dan onze snelheid de afgelopen nacht. We varen met uitgeboomde fok, maar gereefd grootzeil, anders worden we gek van het geklapper.
Je snapt het, het waait maar flauwtjes. Als je dan, varen in rustig water, een halve mijl vooruit woelig water ziet met schuimkoppen, denk je dat er wind aankomt. Hoera! Maar gek genoeg blijkt het daar helemaal niet harder te waaien. Dit roept herinneringen op aan het met rustig weer dwars oversteken van een zandbank voor de Engelse kust bij een meter of vijf waterdiepte. Dan kan het water ook zo woelig zijn door de stroming die wordt afgebogen. Maar hier is het 5 km diep. Zou er dan sprake zijn van een tegenstroom? Dat zouden we op het log moeten kunnen zien. Nee, ook dat niet. We snappen er niets van. Na een paar honderd meter zeilen we het woelige water weer uit en het is weer even rustig als voorheen. Dat zal zich nog vele malen herhalen, niet meer met van die echte schuimkoppen als de eerste keer maar wel met woelig, chaotisch klotsend water en enkele schuimkopjes. Het luidruchtige gekabbel tegen de romp geeft de suggestie van snelheid, maar we varen geen halve knoop sn
eller.
Soms is de zone zo’n 100m breed, soms een halve mijl. Als iemand weet waardoor dit verschijnsel wordt veroorzaakt, lees ik dat graag in een reactie op dit bericht.

Nu we het toch over rare observaties hebben, gisteren cirkelde er een zilverreiger rond de boot. Dat zijn vogels van de waterkant, maar de waterkant is hier bijna 1000 mijl uit de buurt. Dit kan dus helemaal niet. Als ik hallucineerde deed ik dat in commissie, want alle drie hallucineerden we hetzelfde.

Stormvogels, dat zijn de echte vogels van de oceaan. Ik onderscheid de grotere pijlstormvogels, die kunstenaars zijn in het zweven op de lucht die opgetild wordt door de golven, en kleine, donkere stormvogeltjes met een witte stuit en flauwe vleugelstreep. Volgens een Engels boekje uit de boordbibliotheek kan het de “Wilson’s petrel” zijn. Heeft dat beest ook een Nederlandse naam? Wie googelt even?

Zoals jullie weten slapen we het grootste deel van de nacht. Maar vannacht werd ik uit de slaap gehouden door fluorescerende torpedos. Ik snap het als je nu afhaakt, maar wacht, ik heb een verklaring. De zee licht op door plankton (de Zeevonk) dat licht heeft als het wordt opgeschrikt door beweging, bijvoorbeeld door het roer onder de boot. Je ziet ’s nachts dan in het kielzog een lichtgevend spoor alsof er een lamp onder de boot gemonteerd is. En wat blijkt nu, dolfijnen geven hetzelfde effect. Dolfijnen zijn prachtig gestroomlijnd; het effect is daardoor minder sterk, maar als je ogen goed gewend zijn aan het donker is het mooi te zien. Prachtig! Jammer dat ze zich overdag helemaal niet willen vertonen.

Er is dus vanalles te zien en toch vinden we het een beetje saai worden. Dat komt niet omdat we al 9 dagen onderweg zijn, maar omdat we niet lekker zeilen. Vandaag gaan we uitkomen op een dagafstand van zo’n 70 mijl. Als bedenkt dat we daarvan zo’n 25 mijl aan de stroom-mee te danken hebben en dus effectief in 24 uur maar 45 mijl gezeild hebben, snap je dat we wat gefrustreerd raken. De Arcadia haalt met goede wind wel 150 mijl per etmaal. Waar blijft de passaat toch? In de vooruitzichten voor de komende dagen zie ik hem niet.

Vreemd allemaal, dit alles.

Langzaam is ook leuk

[ auteur: Wim Salomons ]

Woensdag 23 november, vandaag een record gevestigd, de kleinst afgelegde etmaalafstand, (79 mijl) tot nu toe! Dat is ons maar zo komen aanwaaien, er was geen wind.
Heerlijke dag, begonnen met een tijdje aan een touw achter de boot hangen om de slaap uit het lijf te spoelen. Mike nam ook een zoute inwendige spoeling, wat naderhand een aanslag betekende op onze zoetwatervoorraad. De zon werd zo fel dat we voor de eerste keer het zonnescherm over de kuip gezet hebben. Tja, en wat doe je dan, zo’n dobberende dag. Pielen met mobieltjes, lezen, kletsen en VISSEN. Stel je je voor, je vaart over een zee vol vis in een schip vol blikvoer. Marti heeft een werphengel waar hij ooit een visje mee gevangen heeft en ik heb een lijn met een paravaan. Een paravaan is een ding dat duikt, als de boot een zekere snelheid heeft, aan de achterkant van die paravaan zit een lijn met kunstaas dat op diepte komt door die duikende paravaan. Dat ding is zo slim gevormd dat als een vis aan het aas trekt, de paravaan komt bovendrijven zodat de visser ziet dat hij de buit kan binnenhalen, tenminste, zo zou het behoren te gaan. Een paar dagen geleden bleek er een j
oekel
van een dorade aan de haak te hangen zonder dat de paravaan boven kwam maar dat mocht de pret niet drukken en met vereende krachten hebben we het beest aan boord gehesen en gefileerd. Met dank aan Leonde, de vriendin van Mike, die een heus zeemanskookboek heeft samengesteld met aanwijzingen hoe vis te fileren. Vis bakken is Marti’s specialiteit, het was een feestmaal. Overigens doet de term blikvoer geen recht aan onze proviandvoorraad, daar zijn heerlijke gerechten mee te fabriceren. Alleen gisteren, toen had ik pech. Er was nog 1 blikje met kip aan boord, wat me zeer fascineerde. Wat zou daar inzitten, kippendijen, een kippenborstje? Hoe zouden ze dat gedaan hebben in de fabriek. Om dat blik heen heb ik een maaltijd geknutseld van gefruite uien, courgette, tomaat, blikje mais en pasta. Het zag er echt smakelijk uit maar toen ik onder grote belangstelling het kippenblik opende sloeg de twijfel toe; een bruinige smurrie met 10 kippenballen (inderdaad contradictio in terminu
s,
ahum) Het zaakje erbij gekieperd, de smaak was niet om over naar huis te schrijven, wat ik nu dus wel doe, enkel om te benadrukken dat dit een grote uitzondering was, culinair komen we niets tekort.
Verder heeft Mike ons vandaag een kaartspel geleerd waarbij je, als je niet goed oppast, met handen vol kaarten komt te zitten die je m.b.v allerlei regels weer kwijt moet zien te raken. Het spel heeft geen naam maar dat komt nog wel. Na twee spelletjes kon de kapitein het niet meer aan, mogelijk dat zijn calvinistische achtergrond hem hier parten speelde.
Tot slot kan ik vertellen dat we afgelopen nacht genoten hebben van een schitterende sterrenhemel, overweldigend!

Sent from Iridium Mail & Web.

Middenop de oceaan

Als ik met een schuin oog naar de plotter kijk dan zitten we zo’n beetje middenop de oceaan. Weliswaar hebben we de Kaapverdische eilanden ‘pas’ 600 mijl achter ons gelaten en hebben we nog 1300 mijl te gaan tot Suriname, maar het vasteland van Afrika ligt al een stuk verder achter ons.
Nu komen spontaan de bespiegelingen hoe het is om middenop de oceaan te zijn. Dit heb ik immers nooit eerder meegemaakt. Het besef van tijd verdwijnt. Om te weten hoeveel dagen we onderweg zijn moet ik de klok raadplegen, die behalve de tijd gelukkig ook de dag van de week weergeeft. Het is dinsdag. Donderdag zijn we vertrokken, dus we zijn pas (of al) 5 dagen onderweg. Hoeveel dagen we nog moeten, danwel mogen, weet ik ook niet want de wind is onbestendig. Het maakt ook niet veel uit want de sfeer is goed aan boord en we zijn goed uitgerust; we zien wel. We rekenen er wel op met Sinterklaas in Paramaribo te zijn, met hopelijk echte Zwarte Pieten.

We hebben beslist niet het typische passaat-weer gehad waar ik op hoopte. Veel bewolking, veel en langdurig regen, wind uit wisselende richtingen, maar overwegend zuidoost in plaats van noordoost. Soms een dikke windkracht 6, soms windkracht 1 of 2. Lichte wind is geen pretje. Op vlak water kun je daar nog op zeilen, maar op een eeuwig deinende oceaan bereik je alleen maar een zenuwtergend geklapper van de zeilen. Het geklapper komt omdat de mast heen en weer zwiept. Beneden is de beweging veel minder zodat je het geklapper kunt beperken door het zeil naar beneden te brengen met één of meer reven. Ik had niet gedacht dat ik mijn derde rif voor het eerst zou gebruiken bij windstilte….
Onze dagafstanden zijn niet spectaculair: 99, 127, 147, 127 en 112 mijl. Volgens de GRIB-files (windkaarten) die ik met de satelliettelefoon ophaal zitten we nu in een windstilte die twee dagen duurt. Stiekem zeilen we toch al urenlang 4 knopen bij 9 knopen wind op 90 graden; een cadeautje. De zon is ook weer gaan schijnen en die beide zaken zijn goed voor het moreel. Dan kunnen we lekker buiten zitten. De playlist met nautisch geïnspireerde muziek, die ik van mijn collega’s heb gekregen draait op de achtergrond. Lekker.

We lezen heel veel, we vissen wat. Ho, stop, er zit een vis aan de haak. Ik kom zo terug.

Loos alarm, maar met het gedoe verloren we de helft van de vismolen. Gelukkig bleef die aan de lijn hangen en konden we hem weer binnen trekken. Niet met alle onderdelen, bleek weldra. Een uurtje improviseren en de molen werkt weer min of meer, maar nu zit de draad in de knoop. Kijk met dat soort dingen vliegen de dagen om en glijden de mijltjes onder de kiel door.
Ondertussen blijft Mike stoïcijns een filmpje editen. Als we in Suriname zijn valt er wat te kijken!

We vervelen ons dus allerminst. Of beter: je wordt hier zo lui van dat je aan vervelen niet toekomt. Spelletjes heb ik al wel even te voorschijn gehaald, maar we zijn er nog niet aan begonnen. Dat kan later ook wel.

We hebben ’s nachts wachten van 4 uur en omdat we met zijn drieën zijn heeft ieder één wacht. Tijdens de wacht dutten we een klein half uur om daarna 5 minuten aandacht aan de zeilstand en de omgeving te geven en dan weer in te dutten. Soms is er meer te doen, maar over het algemeen komen we zo met gemak aan een uur of 8 slaap, zodat we goed uitgerust zijn.
De afgelopen 600 mijl hebben we één schip op de AIS gezien op een mijl of 20 afstand. Uitkijk houden is iets wat je hier gaandeweg verleert. Tonnen liggen er ook niet in de weg…
De zee is eindeloos en leeg. Ik verbaas me dat we zo ver van land toch nog zo nu een dan een stormvogel zien. Dolfijnen hebben we dagen geleden voor het laatst gezien. Wel zien we regelmatig vliegende vissen die verbazend grote afstanden door de lucht kunnen afleggen.

Tevoren maakte ik mij het meest zorgen over de beperkte hoeveelheid water die we mee kunnen nemen: 300 liter voor drie weken, dus 15 liter per dag voor drie personen. In de praktijk blijken we desnoods met de helft toe te kunnen. De afwas doen we met zout water en douchen doen we buiten in de regen.

We naderen het einde van de versspullen uit de Kaapverdische eilanden. De rest van het brood hebben we vanwege schimmel al overboord gezet en de wortelen waren tot snot vergaan. We schakelen over op de houdbare spullen en dat kunnen we een poos volhouden.

Zo kabbelen de dagen voort. Er zijn genoeg mensen die het saai zouden vinden. Wij niet.

Hoezo passaat?

Wim is net opnieuw van de kajuitbank afgevallen. Stoer als hij is meende hij geen slingerschot nodig te hebben bij het inhalen van zijn verstoorde nachtrust, maar nu is hij overtuigd. Er waait al sinds vannacht een dikke windkracht 6, halve wind. De golven hebben de tijd genomen om zich op te bouwen tot en meter of 3-4 en zo nu en dan krijgt de boot een oplawaai in de flank en spoelt het water over het kajuitdak. De Arcadia geeft geen krimp, mede doordat we het haar iets makkelijker hebben gemaakt door twee reven te steken en de fok wat in te rollen, maar de bemanning had gerekend op relaxter varen. We schuilen binnen want regen en buiswater wisselen elkaar af.

Wat een verschil met dag één en twee. De eerste 24 uur hebben we krap 100 mijl voortgang gemaakt. Soms hadden we maar 3 knopen wind en 1 knoop snelheid. Dan valt het nog mee dat we op een gemiddelde van 4 knopen uitkwamen. Dag twee ging het iets beter, maar nog niet om over naar huis te schrijven. En nu lopen we 7 tot 8 knopen en soms staat er heel even 10 op de teller.

Dit is geen noordoostpassaat. Die moet met windkracht 4 tot 5 in de rug waaien, uit het noordoosten dus, maar deze wind waait uit het zuidoosten. Vandaag en morgen blijft dat zo maar maandag dreigen we in een gebied met erg weinig wind terecht te komen. We zullen zien. In Mindelo zijn diverse boten blijven liggen omdat ze voor het weekend te weinig wind verwachtten en kijk ons nu eens!

Ik wil het thuisfront laten weten dat we dit goed aankunnen. Weliswaar zijn we niet afkerig van een ouwelullentochtje, maar een beetje stoer zijn we nog wel. We blijven braaf onze routine doen van eten, drinken, koken, wachtlopen, etc. Het kost alleen wat meer inspanning. Dit is zeilen.

Oeps, daar komt weer een bak water over de boot en ook een beetje naar binnen. Ik ga even dweilen.

We zijn vertrokken! 

We zijn een uur geleden vertrokken uit de haven van Mindelo. Nu is er nog telefoonverbinding en kan ik de laatste foto meesturen. Hierna twee of drie weken alleen maar water tot we aankomen in Suriname. De windverwachting is niet zo gunstig. De komende week is er vaak te weinig wind om bij een voordewindse koers goede vaart te maken en bovendien zit er regen in de weersverwachting. Maar we hebben goede zin en het kan ook nog best meevallen. Voorlopig varen we een kleine 6 knopen voor de wind met uitgeboomde fok en daar zijn we heel tevreden mee.

De gebeurtenissen van de afgelopen dagen zijn uitgebreid beschreven door opstapper Mike op www.mikevangalen.nl . Dat ga ik niet nog eens overdoen.

We hebben er alles aan gedaan om onderweg geen honger of dorst te krijgen

De komende weken zal ik jullie via de satelliettelefoon op de hoogte houden van onze vorderingen, maar dan helaas zonder foto’s.